Lied 231 - Wij knielen voor uw zetel neer

Terug naar overzicht
info

Auteur

Componist

Melodie

midi bestand
tekst

1
Wij knielen voor uw zetel neer,
wij, Heer, en al uw leden,
en eren U als onze Heer
met lied'ren en gebeden.
Dat alle macht, hoe hoog, hoe groot,
voor U, o Godsgetuige,
o Eerstgeboren' uit de dood
zich diep eerbiedig buige!
2
Die ons, gereinigd door uw bloed,
tot priesters hebt verheven,
en ons de hoge rang, de moed
van koningen gegeven,
U zij de roem, U zij de lof,
U de eerkroon opgedragen!
Geheel de aard' en 't hemelhof
moet van uw eer gewagen.
3
U, die als Heer der heerlijkheid
verreest tot heil der volken,
verwachten wij in majesteit
eens weder op de wolken.
Hij komt, elks oog zal Hem dan zien,
ook die Hem heeft doorsteken!
Elk zal Hem juichend hulde bien
of om ontferming smeken.
4
Hoe ras of traag de tijd verdwijnt,
die dag zal zeker komen.
Het licht, dat aan de kim verschijnt,
wordt reeds van ver vernomen.
Ja, halleluja, ja Hij komt!
Juicht, mensen, eng'len, samen.
Juicht met een vreugd, die 't al verstomt,
juicht allen! Amen, amen!

Bladmuziek
Van dit lied zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met dit lied te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Spreek van zijn wonderen overal, dat heel de wereld Hem prijzen zal
tekst & muziek: Stuart Townend (o.a. Evangelische liedbundel 371)