Gezangen Liedboek voor de kerken

1God heeft het eerste woord
2Wat sprak God op de eerste dag?
3Uit Oer is hij getogen
4Wij eten weer het bitter brood
5Wij trekken nu het diensthuis uit
6Ik zing voor de Heer
7Het woord dat u ten leven riep
8Gij hemel en aarde, doet open uw oor
9Mijn hart verheugt zich zeer
10David heeft de reus verslagen
11Elia was, tot de dood beducht
12Niet in 't geweldige geluid
13D' Almachtige is mijn Herder en Geleide
14De Heer is mijn Herder
15Looft nu, mijn ziel, de Here
16Gij volken looft uw God en Heer
17'k Hef, vol verlangst, van dag tot dag mijn ogen
18Zalige ure! vruchtbaar van verblijden
19Uit angst en nood stijgt mijn gebed
20Laat ons nu vrolijk zingen
21Alles wat adem heeft love de Here
22De wijsheid van voor alle tijden
23Het zal zijn in het laatste der tijden
24Jesaja de profeet zag in de geest
25Het volk dat wandelt in het duister
26Daar is uit 's werelds duist're wolken
27De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan
28Wij hebben een sterke stad
29Gij die 't menselijke leven
30Wie mat de waat'ren in zijn holle hand
31Zij zullen de wereld bewonen
32Hoe lieflijk, hoe schoon zijn de schreden
33O alle gij dorstigen, komt tot de stromen
34Om Sions wil zwijg ik niet stil
35Scheur, Heer, de heemlen, scheur ze open
36Ik zal, zo spreekt de Here
37Zo sprak de Heer der legerscharen
38De Heer spreekt: hoor mijn hartsgeheim
39Vrees niet, gij land, verheug u en wees blijde
40Zijt Gij mijn God
41De Here, de heerser der aarde
42Verheug u, gij dochter van Sion
43Die dag zal komen, brandend als een oven
44Dankt, dankt nu allen God
45O Gij die onze Koning zijt
46Kwam van Godswege
47Jezus die langs het water liep
48O onze Vader, trouwe Heer
49De vogels van de bomen
50O grote God, o goede Heer
51Lieve Heer, Gij zegt kom en ik kom
52Jairus had een dochtertje
53Zijt Gij waarop de wereld wacht
57Zeven was voldoende
58De schapen alle honderd
59De rijke kwam tot Jezus
60Pluk nu het groen van de velden
62Wie oren om te horen heeft
63De Heer verschijnt te middernacht
65Het graan slaapt in de aarde
66Lofzang van Maria
67God zij geloofd uit alle macht
68Lofzang van Simeon
70De laatsten worden de eersten
72Gij volgt ons uit Jeruzalem
73De Heer is onze reisgenoot
74Wij willen de bruiloftsgasten zijn
75U kennen, uit en tot U leven
77De Trooster komt
78Laat me in U blijven, groeien, bloeien
80Wij delen verdriet en zorgen
81Ik zoek mijn Heer, het graf is leeg
82Terwijl wij Hem bewenen
83O Heer, blijf toch niet vragen
84O God die op het Pinksterfeest
85De hemel is opengesprongen
86De wereld is van Hem vervuld
87Wij willen God de ere geven
89O Christus, Heer der heerlijkheid
90Is God de Heer maar voor mij
91Niemand van ons leeft voor zichzelf alleen
92Al kon ik alle talen spreken van hemel en aarde
93Bij 't steken der bazuinen
94Mensen, wij zijn geroepen om te leven!
95Nu bidden wij met ootmoed en ontzag
96Wordt krachtig in de Heer
97Naam van Jezus die ten dode
98Verblijdt u in de Heer te allen tijd!
99Christus naar wie wij heten
100Er heeft een stem gesproken
101Om Christus'wil zijn wij verblijd
102God heeft vanouds gesproken
103De heiligen, ons voorgegaan
105Christus heeft voor ons geleden
106Het einde aller dingen is nabij
107Wie zich hovaardig heffen
109Hoor een heilig koor van stemmen
110Het Lam, voor ons op aard' geslacht
112Als Koning opgetreden
113Ik zag een troon en die daarop gezeten was
114Ik zag een nieuwe hemel zich verheffen
115Die op de troon zat zeide: nieuw maak Ik alle ding
116Daar komt een schip
117Hoe zal ik U ontvangen
118Op U, mijn Heiland, blijf ik hopen
119Richt op uw macht, o Here der heirscharen
120Heft op uw hoofden, poorten wijd!
121God lof! Nu is gekomen Gods aangename tijd
122Komt tot ons, de wereld wacht
123De naam des Heren nadert reeds van verre
124Nu daagt het in het oosten
125O kom, o kom, Immanuel
126Verwacht de komst des Heren
127Gaat, stillen in den lande
128Kom tot ons, scheur de heem'len, Heer
129Geen kracht meer om te leven
130De nacht is haast ten einde
131O zalig, heilig Bethlehem
132Er is een roos ontloken uit barre wintergrond
133Ik ben een engel van de Heer
134Eer zij God in onze dagen
135Hoor, de eng'len zingen d'eer
136Hoort gij de englen zingen
137Hoor de herders, hoe ze Hem loven
138Komt allen tezamen
139Komt, verwondert u hier, mensen
140Prijs de Heer die herders prijzen
141Ik kniel aan uwe kribbe neer
142U Jezus Christus loven wij
143Stille nacht
144Dansen wil mijn hart en springen
145Nu zijt wellekome
146Dit is de dag, die God ons schenkt
147Looft God, gij christ'nen, maakt Hem groot
148Wees wellekom, Immanuel
149O God die met ons zijt
150In den beginne was het woord
151O Christus, woord der eeuwigheid
152Een Kind geboren te Bethlehem
153Wij edelingen, blij van geest
154O Kerstnacht, schoner dan de dagen
155Kind, nu wij om U vrolijk zijn
156Van 't vroeglicht van de dageraad
157Hoe helder staat de morgenster
158Christus, met eer gekroonde
159O Here Jezus, lang verbeid
160Komt ons in diepe nacht ter ore
161Uit uw hemel zonder grenzen
162Omdat Hij niet ver wou zijn
163Gij zijt een mensenzoon
164Gij die de ster van David zijt
165Toen Jezus bij het water kwam
166Juicht voor de koning van de Joden
167Heer Jezus licht der wereld
168O Jezus Christus, licht ze bij
169Zingt nu de Heer, stemt allen in
170Meester, men zoekt U wijd en zijd
171Christus wandelt langs de straten
172Een mens te zijn op aarde
173Alles wat over ons geschreven is
174Ik wil mij gaan vertroosten
175O wij arme zondaars, bedelaars onrein
176O Liefde die verborgen zijt
177Leer mij, o Heer, uw lijden recht betrachten
178Jezus, om uw lijden groot
179Wie heeft op aard de prediking gehoord
180Gethsemane, die nacht moest eenmaal komen
181Noem de overtreding mij, die Gij begaan hebt
182Jezus, leven van ons leven
183O hoofd vol bloed en wonden
184Met de boom des levens
185Des konings vaandels gaan vooraan
186Zing, mijn tong, bezing het teken
187Daar gaat een lam en draagt de schuld
188O Lam van God, onschuldig
189Mijn Verlosser hangt aan 't kruis
190Wie hangt er zo deerlijk, geteiserd, geschonden
191Gij wordt voor mij gekruisigd, Heer
192O kostbaar kruis, o wonder Gods
193O wereld, zie uw leven
194Dag zo bitter en zo goed
195Nu valt de nacht
196Den Heer wil ik prijzen
197De dag rijst rood in het verschiet
198De mond der aarde spreekt
199De toekomst van de Heer is daar
200Heerlijk verschenen is de dag
201O dag van de verrijzenis
202Nu de Heer is opgestaan
203Die in de dood gebonden lag
204Jezus Christus, onze Heiland
205Nu triomfeert de Zoon van God
206Komt drinken wij tot lafenis
207Hoort aan, gij die Gods kinderen zijt
208De Heer is waarlijk opgestaan
209Nu moet gij allen vrolijk zijn
210Sta op! Een morgen ongedacht
211Christus is opgestanden
212Halleluja, de blijde toon
213Lof zij God in de hoogste troon
214O morgen van verblijden
215Christus, onze Heer, verrees
216Laat groot en klein
217Jezus leeft en ik met Hem!
218Ik zeg het allen, dat Hij leeft
219Zingt ten hemel toe
220Zingt nu de Heer!
221Wees gegroet, gij eersteling der dagen
222Jezus is ons licht en leven
223De aarde is vervuld van goedertierenheid
224Kondigt het jubelend aan
225Zingt voor de Heer een nieuw gezang!
226Gij die der sterren schepper zijt
227Gij maakt ons, Jezus, waarlijk vrij
228Ten hemel opgevaren is, halleluja
229De dag van onze Vorst brak aan
230Overwinnaar, grote Koning
231Wij knielen voor uw zetel neer
232Gij, Jezus Christus, opgestegen
233Heer, komt in deze tijd
234Al heeft Hij ons verlaten
235In bidden en in smeken
236De jaarkring brengt ons in zijn keer
237Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer
238Kom o Geest des Heren kom
239Kom Schepper, God, o Heilge Geest
240Kom, Heilige Geest, Here God!
241Nu bidden wij de Heilige Geest
242Komt laat ons deze dag met heilig vuur bezingen
243Toen eenmaal God terneder kwam
244Christus stoot de hemel open
245Geest, uit de hemel neergedaald
246Gods adem die van boven kwam zet hart en ziel in vuur en vlam
247De Geest des Heren heeft
248Geweldige, gedreven wind
249Wij leven van de wind
250Kom, Heilge Geest, Gij vogel Gods
251De wereld is gewonnen
252Wat zijn de goede vruchten
253O zalig licht, Drievuldigheid
254God in de hoog' alleen zij eer
255Ere zij aan God de Vader
256Niet enkel door het water
257Halleluja, eeuwig dank en ere
258Halleluja, lof zij de Heer!
259Halleluja! Lof zij het Lam
260Stad Jeruzalem verheven
261Sion mijn vaderland
262Op, waakt op! zo klinkt het luide
263Jeruzalem, gij schone stad
264Jeruzalem, o stad zo hoog gebouwd
265Jeruzalem, mijn vaderstad
266Gods kinderen op aarde
267Zalig, die in Christus sterven
268U heb ik lief, U roep ik aan!
269Gelijk als de witte zwanen
270Eenmaal, wanneer mijn uur zal slaan
271Ach hoe vluchtig, ach hoe nietig
272Midden in het leven zijn wij
273Heer, herinner U de namen
274O Jezus wees ter plaatse!
276Als Godes Zoon, de heerser over al
277O hoe brandend van verlangen
278Dag des oordeels, dag des Heren
279Het duurt niet lang meer tot de tijd
280Rechter in het licht verheven
281Jezus zal heersen waar de zon
282God zij geloofd in elk seizoen
283GZ_LB 283
284O lieve Heer, geef vrede
285Geef vrede, Heer, geef vrede
286Geef aan de wereld vrede, Heer
287Waartoe geploegd, als 't zaad
288Eens komt de grote zomer
289Morgenglans der eeuwigheid
290Er is een land van louter licht
291Nooit kan 't geloof te veel verwachten
292Wegen Gods, hoe duister zijt gij
293Wat de toekomst brengen moge
294Laat komen, Heer, uw rijk
295Aan de deur van 's harten woning
296Ik kom met haast, roept Jezus' stem
298Wij staan ten laatsten kamp gereed
299Voor alle heil'gen in de heerlijkheid
300Eens als de bazuinen klinken
301Wij moeten Gode zingen
302God zij geloofd om Kanaan
303De ware kerk des Heren
304God is getrouw, zijn plannen falen niet
305Waar God de Heer zijn schreden zet
309O Heer, wees met uw kerk
310Bewaar ons, Here, bij uw woord
311Hoe komt het dat het bos
312Behoed uw kerk, zet uit, o God, haar palen
313Zonne der gerechtigheid
314Gij die gelooft, verheugt u samen
315Heer die overwint
316Blijf bij ons, Jezus, onze Heer
317Halleluja, 't loflied rijze
318Hoe goed, o Heer, is 't hier te zijn
319Looft God, die zegent al wat leeft
320Zingt een nieuw lied voor God de Here
321O Vader die uw woning sticht
322Hoor Gij ons aan
323God is tegenwoordig, God is in ons midden
324Wij zoeken in uw huis uw aangezicht, o Here
325Niet als een storm, als een vloed
326Een rijke schat van wijsheid
327Heer Jezus, o Gij dageraad
328Here Jezus, om uw woord
329Grote God, Gij hebt het zwijgen
330Heb dank, o God van alle leven
331Wij geloven allen in een God
332Heer Jezus, Gij die als een kind
333O Here God, ons liefst verlangen
334Here Jezus, wij zijn nu
335Heer van uw kerk
336Zie hier de kindren tot U komen
337Het water van de grote vloed
338O God, die naar uw strenge wet
339Wie ingaat tot de dit water
340Heer, zie ons aarzelend staan
341Gij hebt uw woord gegeven
343Nu heeft het oude leven afgedaan
344Het heil des hemels werd ons deel
345Heer, Meester alle dingen
346Ter maaltijd van het lam gereed
347Roept God een mens tot leven
348Wij dragen onze gaven
349O Vader, trek het lot U aan
350God, die leven
351Zie ons heden voor U treden
352U, verborgen Christus, bid 'k eerbiedig aan
354God zij gezegend! Laat ons dank bewijzen
355Ziel, mijn ziel, aanvaard uw luister
357Breek ons, Heer, het brood
358Genadig Heer, die al mijn zwakheid weet
359Midden in de dood
362De eerste uit de doden
363O God die stierf onschuldig
365De zonden zijn vergeven!
366Gij zijt mijn goed
367Wij bidden u Gods zegen toe
368Als God ons huis zijn gunst onthoudt
369God die in het begin uit aarde, naar Zijn beeld
372O diepe nacht die ons omringt
373Nu wordt het licht, de dag breekt aan
374De zon gaat op in gouden schijn
375De trouw en goedheid van de Heer
376In 't oosten klaar laat blozen
377De gouden zonne heeft overwonnen
378Het licht dat weer opnieuw begon
379O mijn ziele, looft den Here
380Ontwaak, o mens, de dag breekt aan
382God die het al geschapen heeft
384Verzonken is het licht der zon
385Gij die mijn liefste kleinood zijt
386De nacht, de moeder van de rust
387O Heer mijn God, ook deze nacht
389Nu is de dag ten einde
390'k Wil U, o God, mijn dank betalen
391De maan is opgekomen
392Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt
393De dag, door uwe gunst ontvangen
395O Heer, verberg U niet voor mij
396Het oude jaar is nu voorbij
397O God, die droeg ons voorgeslacht
398Door goede machten trouw en stil omgeven
399Wij loven U, o God, belijden U als Heer
400Almachtige, verheven Heer, halleluja
401Een vaste burcht is onze God
402Verheugt u, christenen, tesaam!
403Wat mijn God wil, geschied' altijd
404U Here Jezus roep ik aan
405Mijn God, waar zal ik henengaan?
406U heb ik lief, mijn God en Heer
407Christus mijn Heer, op U alleen
408Nu laat ons God de Here
409Laat ons de Heer lofzingen
410Zingen wij van harte zeer
411Wilhelmus van Nassouwe
412O Heer, die daar des hemels tente spreidt
413De Heer in zijnen troon, zeer schoon
414Wilt heden nu treden voor God, den Here
415Komt nu met zang van zoete tonen
416Gelukkig is het land
417Hoe groot, o Heer, en hoe vervaarlijk
418Here, kere van ons af
419O God die de gedachten
420Ik hoor trompetten klinken
421Zolang als ik op aarde leven zal
423Ach, blijf met uw genade
425Ga uit, o mens, zoek uw vreugd
426Zou ik niet van harte zingen
427Beveel gerust Uw wegen
428Jezus, mijn verblijden
429Wie maar de goede God laat zorgen
430Ik heb U lief, o mijn beminde
431Lof zij de Heer, ons hoogste goed
432Wat God doet, dat is welgedaan
433Al ruisen alle wouden
434Lof zij de Heer, de almachtige
435O verbreker aller banden
436Jezus neemt de zondaars aan
437Vernieuw Gij mij, o eeuwig Licht
438Heer geef mij vleugels dat ik reis
439Hoe glanst bij Gods kindren het innerlijk leven
440Ik heb de vaste grond gevonden
441Komt, kinderen, niet dralen
442Jezus, ga ons voor
443GZ_LB 443
444Grote God, wij loven U
445God heeft mij zijn Zoon gegeven
446O Jezus, hoe vertrouwd en goed
447God gaat zijn ongekende gang
448Soms groet een licht van vreugde
449God enkel licht
450Mijn ziel waartoe dit angstig vrezen
451Alle roem is uitgesloten
452Verlosser, Vriend, o hoop, o lust
454Wat zou ik zonder U geweest zijn
456Zegen ons Algoede
457Heilig, heilig, heilig
459Door de nacht van strijd en zorgen
460Loof de Koning, heel mijn wezen
461O hoogt' en diepte, looft nu God
462Ontwaak, gij die slaapt en sta op uit de doon
463O Heer die onze Vader zijt
464Alle volken, looft de Here
465Van U zijn alle dingen
466Als God, mijn God, maar voor mij is
467O eeuw'ge Vader, sterk in macht
468Heer, mijn hert is boos en schuldig
469Het leven is: een krijgsbanier
470Wat vlied' of bezwijk', getrouw is mij God
471Ik heb gejaagd, wel jaren lang
472Door uwe donk're sluier heen
473Neem mijn leven, laat het, Heer
474God roept ons, broeders, tot de daad
476Eeuwig Woord, U willen wij bezingen
477Geest van hierboven
478Prijst des Heren machtig woord
479Aan U behoort, o Heer der heren
480Gij hebt, o Vader van het leven
481O grote God die liefde zijt
482De eersten zijn de laatsten
487De Heer heeft mij gezien en onverwacht
488Zolang er mensen zijn op aarde
489Een mens te zijn op aarde
490Hier is een stad gebouwd
491Gij zijt voorbij gegaan

© juichtaarde.nl

Looft de Here, alle gij volken, prijst Hem, alle gij natiën
tekst & muziek: Michiel Spijker (o.a. Opwekkingsbundel 54)