Psalm 148

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
Looft God, zingt eeuwig 's HEEREN lof,
Gij, die in 't glansrijk hemelhof,
Die in de hoogste plaatsen woont.
Waar God u Zijn nabijheid toont;
Looft Hem, gij englen, legermachten,
Die op Zijn wil en wenk blijft wachten
Looft, heldre sterren, maan en zon,
Looft d' Almacht, looft der lichten bron.
2
Verbazend hof van d' Opperheer,
Gij, hoogste hemel, zing Zijn eer;
Gij, wateren, die uit de lucht,
Uw dropplen stort op veld en vrucht,
Looft allen, looft Hem met gezangen,
Hem, die u 't wezen deed ontvangen,
Die u een perk, niet t' overtreen,
Gesteld heeft door all' eeuwen heen.
3
Loof, aarde, loof Gods wonderdaan;
Gij, walvis, grondlooz' oceaan;
Gij, sneeuw en hagel, damp en gloed;
Gij, stormwind, die Zijn last voldoet;
Gij, bergen, heuvels, landen, stromen;
Gij, dierbre vrucht- en cederbomen ;
Looft, looft des Scheppers oppermacht,
Die u uit niets heeft voortgebracht.
4
Looft, kruipend wild en tam gediert';
Looft, vogels, Hem, die 't al bestiert !
Gij, koningen en rechters, saam,
Gij, vorsten, volken, roemt Gods Naam .
Gij, maagden, en gij, jongelingen,
Laat nimmer af Zijn lof te zingen .
Eerwaarde grijsheid, frisse jeugd,
Weest in den God uws heils verheugd !
5
Looft, looft, met waar' erkentenis
Zijn Naam, die hoog verheven is;
Dewijl Zijn wondre Majesteit
Door aard' en hemel is verspreid.
Hij wou den hoorn, zo vol vermogen,
Den roem van Israel verhogen.
Dat woont bij Hem, 't heeft zingensstof:
Looft God, zingt eeuwig 's HEEREN Lof !

Datheen

1
Gij, hemelse creaturen,
Looft God fijn tot deze uren;
Gij, inwoners des hemels rein,
Zingt Zijn eer lieflijk in 't gemein.
Gij, engelen, looft Zijnen Name;
Gij, Zijn heirkracht, looft Hem te zamen;
Gij, zon en mane, looft Hem fijn;
Gij, sterren, prijst den Name Zijn.
2
Gij hemel hoog looft Hem eenpaar,
Doet zulks wolken en water klaar;
Dat alle hemelse dingen
Den lof Zijnes Naams voortbringen;
Want door Zijn woord sterk ende krachtig
Werd alle ding gemaakt eendrachtig.
Hij heeft alles alzo besteld,
Dat het vast blijft door Zijn geweld.
3
Zij hebben een bevel ontvaan,
Daarover durven zij niet gaan.
Gij walvissen en afgronden,
Wilt nu Zijnen lof verkonden.
Vuur, hagel, sneeuw en ijs zeer koude.
Wind en tempeest niet om weerhouden,
Die den wille Gods volbrengt goed,
Looft Hem in alles wat gij doet.
4
Prijst Hem, bergen en heuvels al,
Vruchtbaar' bomen, 't ganse getal
Der ceed'ren en des vees meteen,
Wilde dieren groot ende kleen;
Vliegende vogels groot van waarde,
Dieren kruipende langs de aarde;
Gij koningen en volken rijk,
Vorsten en rechters al gelijk.
5
Gij jongens, dochters, jong en oud,
Zingt Zijn lof om best in eenvoud;
Want hoger is Zijnes Naams eer,
Als hemel en aard' immermeer.
Den hoorn Zijns volks heeft Hij verheven
Tot Zijne eer; zulks is gegeven
IsraČl, Zijn volk zeer gewis,
't Welk Zijn bemind eigendom is.

Overige
Gereformeerd kerkboekLooft, halleluja, looft de HEER
Liedboek 1973Halleluja! Prijst God en zingt
Marnix van St. AldegondeGhy die woont in des hemels hof
Bladmuziek

categorie:
arrangeur:

Vocale tegenstem
E. Egberts
partituur  midi
voor bes-instrument  

Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Juich dan den HEER' met blijde galmen,
Gij ganse wereld, juich van vreugd.
Zing vrolijk in verheven psalmen
Het heil, dat d' aard' in 't rond verheugt.
psalm 98, berijming 1773