Psalm 135

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
Prijst den Naam van uwen God,
's HEEREN knechten, hier vergaard;
Prijst Zijn Naam en wijs gebod,
Daar g' in 't voorhof staat geschaard,
En uw ambt bekleedt met eer
In het huis van onzen HEER'.
2
God is goed, looft Hem te zaam
Met gezang en snarenspel.
Prijst Zijn liefelijke Naam,
Want de HEER' heeft Israel,
Zich ten eigendom geschikt,
Jakob door Zijn heil verkwikt.
3
God is groot; ik weet dat Hij
Hoger is dan alle goon.
Onze God voert heerschappij,
Hij beheerst van Zijnen troon
Hemel, afgrond, zee en aard':
God is aller hulde waard.
4
't Eind der aard' werpt dampen uit
Door Gods macht, die 't al volbrengt,
En met 's donders schor geluid
Bliksemvuur en regen mengt;
God brengt winden, door een woord,
Uit zijn schatgewelven voort.
5
God, die vreeslijk is en groot,
Sloeg, Zijn heilgen Naam ter eer,
Alle d' eerstgeboornen dood,
Velde vee en mensen neer;
Daar Hij teeknen van Zijn kracht
Over gans Egypte bracht.
6
Hij verbaasde Faros hof;
Sloeg de volkeren alom,
Wierp de koningen in 't stof:
Sihon, Og en 't vorstendom
Van den trotsen Kananiet,
En den stouten Amoriet.
7
Isrel kwam door 's Hoogsten hand
In 't bezit van hunnen staat.
God gaf hun gezegend land
Tot een erv' aan Jakobs zaad.
HEER', Uw Naam en majesteit,
Blijven tot in eeuwigheid.
8
Van geslachte tot geslacht
Wordt, naar onzen duren plicht,
Bij het volk Uw gunst herdacht,
Wijl Gij Zelf, o HEER', hen richt,
En aan hen, schoon diep in schuld,
Met berouw gedenken zult.
9
D' afgoon van het heidendom,
Goud of zilver, goon in schijn,
Hebben lippen, maar zijn stom;
Zij, die 't werk van mensen zijn,
Waar men genen geest in vindt,
Hebben ogen, maar zijn blind.
10
Oren ziet men aan hun hoofd,
Maar zij horen er niet mee;
Zij, van ademtocht beroofd,
Zijn nog minder dan het vee.
Die tot hen om hulp genaakt,
Worde hun gelijk gemaakt.
11
Israellers, looft al t' zaam
Uwen God, den God der eer;
Loof, Aarons huis, Zijn Naam,
Huis van Levi, loof den HEER!
Looft gij allen, die Hem vreest,
Looft Hem met verheugden geest.
12
Sion, loof met dankbre stem
God, uw HEER', die eeuwig leeft,
En het schoon Jeruzalem,
Door Zijn woning luister geeft.
Loof Hem voor uw heilrijk lot,
Loof al juichend uwen God!

Datheen

1
Looft nu vrij onzes Gods Naam,
Al gij dienaars des Heeren;
Komt, wilt Hem prijzen alt'zaam,
Gij, die daar woont met ere
In Zijn huis; wilt Hem loven
In Zijn schone voorhoven.
2
Looft den Heer, want Hij is goed,
Zijns Naams eer laat nu horen;
Hij is lieflijk ende zoet.
Dies heeft Hij hem verkoren
IsraČl en Jakob vroom,
Tot een eeuwig eigendom.
3
Ik weet uit Gods geboden,
Dat de Heer hoog geprezen
Meerder is dan d' afgoden;
Want wat Hij wil moet wezen,
In hemel en aarde bloot,
In de zee diep ende groot.
4
Hij doet de wolken opstaan
Van 't einde des aardrijken;
Den bliksem laat Hij uitgaan,
Den regen desgelijken;
Hij brengt den wind voort vol macht
Uit Zijn schatkamer met kracht.
5
D' eerstegeboren in 't land
Egypte zijn gestorven,
Mens en vee kwamen ter schand'
En waren t' zaam verdorven.
In Egypte zag men klaar
Gods tekenen wonderbaar.
6
Farao was verslagen
Met zijn knechten al t' zamen,
Koningen tot die dagen
En volkeren omkwamen.
Sihon en Og tot Basan,
Vergingen in KanaĄn.
7
Hij gaf Zijn volk IsraČl
Haar land tot ene erve,
Om dat te bezitten wel
Altijd zonder verderven.
Heer! Uwes Naams heerlijkheid
Geduurt in der eeuwigheid.
8
Gods gedachtenisse fijn
Geduurt tot allen tijden.
De Heer zal ook dat volk Zijn
Richten en doen verblijden.
Hij zal Zijnen knechten goed
Vriend'lijk wezen ende zoet.
9
Der heidenen beelden slecht,
Zilver en goud steeds blijven;
't Maaksel der mensen onrecht,
Om boosheid te bedrijven.
Haar mond kan gans spreken niet,
Geen harer ogen iets ziet.
10
Haar oren niet horen gaar,
Geen geest komt uit de monden.
Die die maken zijn voorwaar
Alzo; zij ook, die gronden
Vast daarop haar betrouwen
Ende haar hope bouwen.
11
O, gij huis van IsraČl,
Zing, wil God eer bewijzen;
Loof Hem AĄrons huis snel,
't Huis Levi wil Hem prijzen.
Looft den Heer, Hem ook nu vreest,
Prijst Hem, dankt Hem in den geest.
12
Geloofd en hoog verheven
Zij God uit Sion krachtig;
Die Hem gans heeft begeven,
Om te blijven woonachtig
In de stad Jeruzalem;
Looft Hem met harten en stem.

Overige
Gereformeerd kerkboekLooft de HERE, prijst zijn naam
Liedboek 1973Halleluja! looft den Heer
Marnix van St. AldegondeSinghet loff des Heeren Naem:
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Grote God, wij loven U,
Heer, o sterkste aller sterken!
Heel de wereld buigt voor U
en bewondert Uwe werken
Liedboek 444