Psalm 129

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
Men heeft mij fel benauwd van jongs af aan.
Zegg' Isrel nu: men juichte, toen wij vielen.
Men heeft mij reeds van jongs af leed gedaan;
Geen overmacht kon m' echter ooit vernielen.
2
Men heeft mijn rug door ploegers diep geploegd,
Die hebben wreed hun voren lang getogen,
En smart bij smart tot mijn verderf gevoegd,
Voor 't kermen doof, en wars van mededogen.
3
De HEER', die goed, doch ook rechtvaardig is,
Hieuw gunstig af der goddelozen touwen.
Dat smaad hen treff', en dat hun aanslag miss';
Drijf hen terug, die Sion rampen brouwen.
4
Maak hen gelijk aan 't lichtverdorrend gras,
Dat hier en ginds gezien wordt op de daken;
Dat, eer men 't plukt, alree verwelkerd was,
Ontbloot van grond om wortels in te maken.
5
Maak z' als dat gras, waarmee de maaier nooit,
Wanneer hij gaart, de nijvre hand zal vullen;
Dat in den oogst geen garvenbinders ooit,
Bijeen gepakt, in d' armen dragen zullen.
6
Waarvan ook geen voorbijgaand wandelaar
Ooit zeggen zal: "God will' uw oogst vermeren,
Dat 's HEEREN gunst zich met uw arbeid paar';
Wij zegenen u in den Naam des HEEREN."

Datheen

 

Overige
Gereformeerd kerkboekZij hebben immer van mijn jeugd af aan
Liedboek 1973Zij hebben immer van mijn jeugd af aan
Marnix van St. AldegondeSy hebben my van joncx op' onghespaert,
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Juich dan den HEER' met blijde galmen,
Gij ganse wereld, juich van vreugd.
Zing vrolijk in verheven psalmen
Het heil, dat d' aard' in 't rond verheugt.
psalm 98, berijming 1773