Psalm 115

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
Niet ons, o HEER', niet ons, Uw Naam alleen
Zij, om Uw trouw en goedertierenheen,
All' eer en roem gegeven.
Waarom, o HEER', zou 't heidendom met spot,
Dan zeggen: "Waar, waar is toch nu hun God,
Bij hen zo hoog verheven?"
2
Nochtans is God het doel van onzen lof,
Hij, onze God, Hij woont in 't hemelhof
En doet al Zijn behagen.
Hun afgoon zijn van zilver en van goud;
Slechts mensenwerk, waaraan zo snood als stout
Gods eer wordt opgedragen.
3
Zij hebben wel een mond, doch die niet spreekt,
Wel ogen, doch waaraan 't gezicht ontbreekt,
't Licht kan hun niets ontdekken.
Geen klank, hoe schel, dringt immer hun in 't oor.
Men zett' hun vrij den besten wierook voor,
't Kan hun geen reuk verwekken.
4
Hun hand, hoe fraai bewerkt, tast nooit iets aan,
Hun voet, hoe welgevormd, kan nimmer gaan,
Hun keel geen klanken geven.
Hun maker deel' in hun verachtlijk lot;
Die op hen steunt, miss' nevens hen 't genot
Van 't duurgeschatte leven.
5
Maar, Israel, vertrouw gij op den HEER'!
Hij is hun hulp, hun sterkt' en al hun eer,
Hun schild, dat nooit zal wijken.
Vertrouw op God, gij Arons nageslacht!
Hij is hun schild, hun hulp, die hun Zijn macht
Zo menigwerf deed blijken.
6
Vertrouwt op God, gij allen, die Hem vreest;
Hij is altoos hun schild, hun hulp geweest;
De HEER' was ons gedachtig.
Zijn zegen blijft op Israel verspreid;
Aarons huis is die ook toebereid;
God is getrouw en machtig.
7
Elk, die Hem vreest, hoe klein hij zij of groot,
Wordt van dat heil, die weldaan, deelgenoot.
Hij zal ze groter maken,
En z' u, zowel als 't kroost, dat gij bemint,
Dat, nevens u, zich aan Gods wet verbindt,
In dubble maat doen smaken.
8
D' algoede God, die, door Zijn grote kracht,
Den hemel schiep, deez' aard' heeft voortgebracht,
Beschenkt u met Zijn zegen.
De hemel is Zijn eigendom, Zijn troon;
Maar 't mensdom heeft de vruchtbaar' aard', ter woon
Van onzen God verkregen.
9
In 't stille graf zingt niemand 's HEEREN lof.
Het zielloos lijf, gedompeld in het stof,
Kan Hem geen glorie geven;
Maar onze tong zingt tot in eeuwigheid
Des HEEREN lof, Zijn roem en majesteit.
Looft God, de bron van 't leven!

Datheen

1
Niet ons, niet ons, maar U behoort, o Heer,
Om Uwes woords wille alleen de eer;
't Welk is en blijft waaarachtig.
Waarom zouden de heidenen met spot
Lachende zeggen: Waar is nu haar God,
Dien zij aanroepen klachtig?
2
Onze God woont in den hemel voorwaar,
Hij maakt en doet alles in 't openbaar,
Wat Hij wil in de landen.
Maar aller heidenen afgoden zijn
Niets dan goud en zilver gelouterd fijn,
Werken der mensenhanden.
3
Zij hebben monden en spreken gaar niet,
En ogen derwelken gene iets ziet;
Het zijn al dode dingen.
Zij hebben oren, maar gans geen gehoor;
Neuzen, nochtans wat men hen stellet voor,
Genen reuk zij inbringen.
4
Zij hebben handen en grijpen niets aan,
Haar voeten kunnen ganselijk niet gaan;
Haar kele kan niet spreken.
Die ze maken, zijn hen gelijk voortaan,
En die ze bezoeken, en daarop staan,
Zijn daarbij vergeleken.
5
Maar gij, IsraČl, hoopt op den Heer rein
Hij is uwe hulp en uw kracht allein,
En uwen schild bevonden.
Gij huis AĄrons op God vast betrouwt;
Hij is uw sterkheid, als gij zijt benauwd,
Die u helpt t' allen stonden.
6
Gij die God vreest, laat uw hoop zijn gesteld
Op God, Die uw kracht is en uw geweld;
Voor Wien de bozen beven.
De Heer gedenkt onzer; Hij wil ook goed
IsraČls en AĄrons huis met spoed,
Zijn zegeningen geven.
7
Allen dien, die God vrezen in 't gemein,
Hetzij dat ze groot zijn of ook zeer klein,
Doet God veel goeds genadig.
De Heer zal u meer zegenen altijd,
En uwe kinderen maken verblijd,
Door Zijn goedheid weldadig.
8
Gij zijt dat volk, dien God uit liefde geeft
Veel goeds; die den hemel en d' aarde heeft
Gemaakt zere bekwame.
De hemelen zijn des Heeren allein;
Der mensenkinderen dat aardse plein
Gaf Hij in al te zame.
9
De doden en zullen, Heer, Uwen lof
Niet verkonden, noch zij die nu in 't stof
En in 't graf zijn gelegen;
Maar wij die leven, zullen overal
U altijd loven met blijde geschal
En prijzen allerwegen.

Overige
Gereformeerd kerkboekNiet ons, o HEER, maar uw naam geef de eer
Liedboek 1973Niet ons, o Heer, niet ons zij eer gewijd
Marnix van St. AldegondeNiet ons, niet ons schrijff toe den lof o Heer:
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Laat uw glorie zien, dat heel de wereld horen mag
het lied van Jezus en het kruis waar Hij ons redding bracht
tekst & muziek: Tommy Walker (o.a. Opwekkingsbundel 557)