Psalm 112

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
Zingt, zingt den lof van 't Opperwezen.
Welzalig hij, die God blijft vrezen,
En Zijn geboden houdt in waarde!
Zijn zaad zal machtig zijn op aarde;
Zelfs daalt op zijn nakomelingen
Een schat van dierbre zegeningen.
2
De rijkdom zal zijn huis verzellen;
Bij have zal hij have tellen,
Zijn deugd zal nimmer vruchten missen;
Hem rijst het licht in duisternissen;
Hij toont zich ieders liefde waardig,
Is goed, barmhartig en rechtvaardig.
3
Wel hem, die steeds zich zal erbarmen;
Die van het zijne leent den armen.
Hij schikt naar 't recht zijn huisbelangen.
Nooit zal hij wankren in zijn gangen.
Zijn naam, beroemd door zijn bedrijven,
Zal eeuwig in gedachtnis blijven.
4
Geen kwaad gerucht zal hem ontzetten,
Zijn hart is vast in 's HEEREN wetten,
Want hij betrouwt op Gods genade;
Hij vreest voor schande, leed noch schade.
Wel ondersteund, zal hij niet wijken,
Tot hij zijn vijand ziet bezwijken.
5
Hij strooit steeds uit aan alle zijden,
En geeft hun mild, die nooddruft lijden.
Zijn recht, hoe dikwijls ook geschonden,
Steunt eeuwig op onwrikbre gronden.
Zijn hoorn en macht zal God verhogen,
En nimmer zijnen val gedogen.
6
De goddeloze zal dit goede
Van hem aanschouwen, gram te moede,
Met tandgekners zichzelf verteren;
De nijd zal zijne smart vermeren;
Vergeefs wenst hij den val der vromen,
Want nooit zal God dien wens doen komen.

Datheen

1
Wel hem, die altijd is begeven
Tot Gods vrees in alle zijn leven,
Die lust tot Zijn woord heeft verkregen.
Zijn zaad zal zeer geweldig wezen;
Door Gods genade, hoog geprezen,
Verkrijgen de vromen den zegen.
2
Rijkdom en volheid aller dingen
Zal God dezes mans huis toebringen;
Zijn gerechtigheid zal beklijven.
Den vromen zal een licht verschijnen,
't Welk de duisterheid zal verdwijnen;
Door Gods goedheid, die vast zal blijven.
3
Wel hem, die uitleent door meed'lijden,
Die 't zijne doet tot allen tijden,
Oprecht'lijk zonder iemands schade;
Die zal in eeuwig' ere blinken.
Men zal zijner eerlijk gedinken
In alle plaatsen vroeg en spade.
4
Als daar vallen zeer zware plagen,
Zo wordt hij door angst niet verslagen;
Want hij hoopt vast op God almachtig.
Dies is hij getroost en vrijmoedig,
En zal zijn lust zien overvloedig,
In den val der vijanden krachtig.
5
Hij deelt Zijn goed uit met ontfarmen
Den behoeftigen en den armen;
Zijn gerechtigheid blijft gestadig
Zeer hoog wordt zijn hoorne verheven;
Ook zal hem een zulk ere geven,
Die eeuwig blijft, de Heer genadig.
6
De godd'lozen zullen Gods daden
Met verdriet zien, en zeer beladen
Bijten de tanden en hen kwellen.
Zij zullen uitdrogen en sterven,
En in haar lusten boos verderven,
Hoe zij hen ook daartegen stellen.

Overige
Gereformeerd kerkboekGod zij geloofd en hoog geprezen
Liedboek 1973God zij geloofd en hoog geprezen
Marnix van St. AldegondeWelsalich is end' recht voorspoedich,
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Juicht, o volken, juicht, handklapt,
en betuigt onzen God uw vreugd
psalm 47, berijming 1773