Psalm 101

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
'k Zal van de deugd der milde goedheid zingen,
Van 't heilig recht der strenge rechtsgedingen:
Een psalmgezang, o hooggeduchte HEER',
Uw Naam ter eer.
2
'k Zal met verstand den weg betreen der vromen.
Wanneer zult Gij, mijn Bondgod, tot mij komen?
Ik zal doen zien in al mijn huisbeleid
D' oprechtigheid.
3
'k Zal met vermaak naar 't kwaad niet overhellen,
Geen goddloos stuk mijzelf voor ogen stellen;
Ik haat het doen der schendren Uwer wet,
En schuw die smet.
4
't Verkeerde hart, in wien 't mij ook moog' blijken,
Zal uit mijn huis en van mijn omgang wijken;
Mijn gunst zal hen, die boze wegen gaan,
Nooit gadeslaan.
5
'k Zal over hem, die achterklapt, mij belgen;
Den lasteraar zijns vriends zal ik verdelgen;
Die, trots van hart, met nijdig' ogen ziet,
Verdraag ik niet.
6
Ik sla op die getrouw in 't land zijn d' ogen;
Ik zal in eer hen aan mijn zij' verhogen;
En doen hem, die in 't spoor der deugd zal treen,
Mijn dienst bekleen.
7
Maar elk, die snood, door listige bedrijven,
Zijn voordeel zocht, zal in mijn huis niet blijven;
Geen leugenaar, die waarheid stout verbant,
Houdt bij mij stand.
8
Ik zal mijn wraak goddlozen ieder' morgen
Gevoelen doen en 't recht zijn klem bezorgen,
Om in de stad des HEEREN niet te voen,
Die 't kwade doen.

Datheen

1
Van Gods goedheid en oordeel wil ik zingen;
Ik wil Hem schone lofpsalmen toebringen,
Daarmee dat ik God den Heer bovenal
Grootmaken zal.
2
Ik wil wand'len met oprechten gemoede;
Wann' zal ik heersen met vreed' in voorspoede?
Dan wil ik mijn volk trouwelijk bijstaan
En voren gaan.
3
Van de boosheid heb ik, Heer, een afgrijzen;
En die anders met der daad niet bewijzen
Dan ergheid, die zullen in dat huis mijn
Nimmermeer zijn.
4
Ook de verkeerde mensen altemale
Moeten wijken uit mijn hof en mijn zale;
Hij zal van mij, die hem tot boosheid wendt,
Niet zijn gekend.
5
Die met achterklap haren naasten schaden,
Die met grootsheid en hoogmoed is beladen,
Die zal ik zamen uitroeien met vliet,
En lijden niet.
6
Mijn ogen zullen zien naar de oprechten,
Opdat zulken mogen wezen mijn knechten;
Mij zullen dienen, die vroom ende goed
Zijn van gemoed.
7
Die tot bedrog en list hem wil begeven,
Die zal van mij in dienst niet zijn verheven;
De leugenspreker en zal ook bij mij,
Niet wezen vrij.
8
Vroeg met ernst zal ik drijven uit den lande
De bozen all', en t' zaam brengen te schande;
Opdat Gods huis van boosheid groot en klein
Gans worde rein.

Overige
Gereformeerd kerkboekIk wil, HEER, in mijn lied de zegeningen
Liedboek 1973Ik wil, Heer, in mijn lied de zegeningen
Marnix van St. AldegondeIck ben van sins te stellen schoon by dichte,
Bladmuziek

categorie:
arrangeur:

Vocale tegenstem
E. Egberts
partituur  midi
voor bes-instrument  

Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Grote God, wij loven U,
Heer, o sterkste aller sterken!
Heel de wereld buigt voor U
en bewondert Uwe werken
Liedboek 444