Psalm 96

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
Zingt, zingt een nieuw gezang den HEERE;
Zing, aarde, zing dien God ter ere;
Looft 's HEEREN Naam met hart en mond;
Vermeldt Zijn heil op 't wereldrond ;
Dat dag aan dag Zijn roem vermeere.
2
Nu moet uw tong de heidnen noden;
Meldt allen volken Zijn geboden;
Vertelt Zijn wondren en Zijn eer;
Groot en prijswaardig is de HEER',
En vreeslijk boven al de goden.
3
Al d' afgoon zijn slechts ijdelheden,
Maar God, Die van ons wordt beleden,
Is 't, Die de heemlen heeft gesticht
En voor Zijn Goddlijk Aangezicht,
Zet eer met majesteit haar treden.
4
Hoe blinkt het alles door vertoning
Van sterkt' en sieraad in Zijn woning!
Geef dan, o allerlei geslacht,
Den roem van heerlijkheid en kracht
Aan Isrels groten God en Koning.
5
Geeft d' eer aan 't eeuwig Opperwezen;
Zijn Naam wordt nooit genoeg geprezen.
Verheft Zijn deugden, blij te moe;
Brengt in Zijn huis Hem offer toe,
Hem, Die de volken moeten vrezen.
6
Aanbidt Hem needrig al uw leven,
Hem, Die, in 't heiligdom verheven,
Een Goddlijk licht van zich verspreidt;
Leer, aarde, voor Zijn majesteit,
Leer voor Zijn Aangezichte beven.
7
Zegt, om de heidnen te verlichten;
"De HEER' regeert, Die d' aard' wou stichten;
Dies zij, bevestigd t' allen stond,
Nooit wanklen zal op haren grond.
Hij zal naar 't recht de volken richten."
8
Dat zich de hemelen verblijden;
Verheugd zij d' aard', aan alle zijden ;
Verheugd de volheid van de zee.
Het veld spring' op met al het vee,
En 't woud moet juichend God belijden.
9
't Juich al voor 't Aangezicht des HEEREN.
Hij komt, die d' aarde zal regeren
En richten vol van majesteit:
De wereld zal gerechtigheid,
Het mensdom Zijne waarheid eren.

Datheen

1
Zingt een nieuw lied den Heer geprezen,
Zingt, gij volken, wilt vrolijk wezen;
Looft en prijst Zijnen Naam altijd,
En verkondigt breed ende wijd
Gods verlossingen groot mits dezen.
2
Laat de heidenen Zijn eer merken,
Maakt gewag van Zijn wonderwerken;
Want hoog verheven is de Heer,
Die gevreesd moet wezen veel meer
Dan d' afgoden in alle perken.
3
Want de goden, die 't volk doen beven,
Zijn gans'ijk niet, want zij niet leven;
Maar God schiep den hemel zeer rein,
Zijn heerlijkheid en kracht niet klein,
Gaan voor Hem; hoog is Hij verheven.
4
Majesteit en kracht t' allen stonden
Zijn in Zijn heilig huis bevonden;
Daarom, gij volken, komt toch hier,
Geeft God den Heere goedertier
Eer en vreze met hart en monden.
5
Looft ende prijst den Heer eendrachtig,
Maakt groot den Name Gods almachtig.
Gij volken brengt Hem met deemoed
Geschenken en veel gaven goed;
Komt in Zijn huis, zijt daar aandachtig.
6
Komt t' samen, doet in Zijn woonsteden
In heiligheid uwe gebeden,
In Zijn woninge tot Hem gaat.
Dat alle mensen met der daad
Hem vrezen en dienen met vreden.
7
Iegelijk moet nu openbaren,
Dat onz' God heerst en zulks verklaren;
Dies zal 't aardrijk zeer vast'lijk staan.
Als door Zijn hand worden voortaan
Recht'lijk gerichtet alle scharen.
8
Dat de hemelen hen verblijden;
't Aardrijk dat lacht in deze tijden;
't Meer verheffe met vreugd den kop;
't Veld en ook al wat groeit daarop,
En bossen moeten God belijden.
9
De Heer komt, de Heer komt zeer spoedig!
Om 't aardrijk met harten zachtmoedig
Te richten in gerechtigheid
En de volken in billigheid
Te leiden naar Zijn waarheid goedig.

Overige
Gereformeerd kerkboekZingt een nieuw lied voor God de HERE
Liedboek 1973Zingt voor den Heer op nieuwe wijze
Marnix van St. AldegondeComt God' den Heer een nieuw liet singen,
Bladmuziek

categorie:
arrangeur:

Vocale tegenstem
E. Egberts
partituur  midi
voor bes-instrument  

Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Hem zij de glorie, want Hij die overwon,
zal nooit verlaten wat zijn hand begon
tekst: J. van Ingen Schenau, muziek: B. Britten (o.a. Opwekkingsbundel 44)