Psalm 92

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
Laat ons den rustdag wijden,
Met psalmen tot Gods eer.
't Is goed, o Opperheer,
Dat w' ons in U verblijden.
't Zij d' uchtendstond, vol zoetheid,
Ons stelt Uw gunst in 't licht;
't Zij ons de nacht bericht,
Van Uwe trouw en goedheid.
2
't Voegt ons met blijde klanken,
Door 't voorbedachte lied,
Hem, die het al gebiedt,
Op harp en luit te danken,
Gij hebt door Uw vermogen,
O HEER', mijn hart verheugd;
Ik zal, verrukt van vreugd,
Uw grote daan verhogen.
3
Hoe groot zijn, HEER', Uw werken!
Hoe ver gaat Uw beleid.
Gij stelt, met mogendheid,
Elk deel zijn juiste perken.
Een ziel, aan 't stof gekluisterd,
Beseft Uw daden niet;
Geen dwaas weet, wat hij ziet;
Zijn oordeel is verduisterd.
4
Dat vrij, als groene telgen,
De boze welig groei';
Gij zult, in zijnen bloei,
Voor eeuwig hem verdelgen.
Niets stelt U immer palen;
Gij zijt de hoogst' in macht;
Gij zijt de HEER' ; Uw kracht
Zal eeuwig zegepralen.
5
Wie U durft wederstreven,
Wie onrecht durft begaan.
Zult Gij, o God, weerstaan,
Verstrooien en doen sneven.
Gij zult mijn eer vergroten,
Mij sterken in mijn stand.
Ik ben door Uwe hand,
Met olie overgoten.
6
Mijn nog zal hen aanschouwen,
Die listig al mijn paan,
In 't heimlijk gadeslaan;
Mij telkens onrust brouwen.
Ook zal mijn oor eens horen,
Dat Gij de bozen straft,
Dat Gij mij wraak verschaft
Van hen, die mij verstoren.
7
't Rechtvaardig volk zal bloeien,
Gelijk op Libanon;
Bij 't koestren van de zon,
De palm en ceder groeien.
Zij, die in 't huis des HEEREN,
In 't voorhof zijn geplant,
Zien door des Hoogsten Hand,
Hun wasdom steeds vermeeren.
8
In hunne grijze dagen,
Blijft hunne vreugd gewis;
Zij zullen, groen en fris,
Gewenste vruchten dragen.
Om met verheugde monden,
Te roemen 't recht mijns Gods.
In Hem, mijn vaste rots,
Is 't onrecht nooit gevonden.

Datheen

1
Het zijn heerlijke dingen,
Als men U looft, o Heer!
Als men des Hoogsten eer
Met harte goed mag zingen;
Als men 's morgens verkondet
Des Heeren goedigheid,
En Zijn getrouwigheid
Des nachts ook steeds vermondet.
2
Op dat spel van tien snaren,
En op den psalter zoet,
Ja ook op harpen goed,
Wil ik Zijn lof verklaren,
Want Uw heilige werken
Verheugen mijn hart zeer
En Uwe daden, Heer,
Roem ik zo men kan merken.
3
Hoe heerlijk zijn mits dezen
Uwe werken bekend,
Hoe groot en zonder end
Is Uw wijsheid geprezen!
Dit en kan niet betrachten
De mense dwaas en bot;
Een overstandig zot
Kan dit terecht niet achten.
4
Dat de godd'lozen groeien
Als 't gras doet op dat veld,
Die kwaad doen met geweld,
In voorspoed t' zamen bloeien;
Opdat zij daarna vallen
En eeuwiglijk vergaan.
Maar Gij Heer, zijt voortaan
God, geČerd boven allen.
5
Want zie Heer, Uw vijanden
Zullen verderven al,
De boosdoeners ten val
Zullen komen met schanden.
Mijn hoorne daarentegen
Zal zeer verhoget zijn,
Gij zult mij doen gaan fijn,
Alzo d' eenhoornen plegen.
6
Heer! met olie vol trouwen
Werd ik gezalfd zeer klaar;
Aan mijn vijanden daar
Zal ik mijn lust aanschouwen.
Mijn oren zullen horen
Haren lust haast en snel,
Aan der bozen val fel,
Die mij willen verstoren.
7
Dan zal wassen en bloeien
De mens oprecht en vroom;
En als de palmenboom
En cederboom ook groeien.
Zij, die de Heer wil planten
In Zijn voorhoven rein,
Zullen al in 't gemein
Groeien aan alle kanten.
8
Ja ook oud zijnd' al t' zame,
Zullen zij zijn vruchtbaar,
En groeien voor en naar,
Vol vruchten aangename.
Dat van hen zij beleden,
Dat God mijn toevlucht is,
Zuiver en rein gewis
Van ongerechtigheden.

Overige
Gereformeerd kerkboekt Is goed de HEER te loven
Liedboek 1973Waarlijk, dit is rechtvaardig
Marnix van St. AldegondeHet is een schoone saecke
Bladmuziek

categorie:
arrangeur:

Vocale tegenstem
E. Egberts
partituur  midi
voor bes-instrument  

Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Hij is Heer, geef Hem eer,
heel de aarde, heel de hemel,
want wij leven voor de glorie van uw naam
(Opwekkingsbundel 586)