Psalm 83

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
Zwijg niet, o God, houd U niet doof.
Wij worden, zo Gij zwijgt, ten roof;
Wees toch niet stil, ai, wil ontwaken;
Want zie, o God, Uw haters maken
Een krijgsgetier om zich te wreken;
Zij durven stout den kop opsteken.
2
Hun aanslag is verwoed en boos;
Zij zoeken, heimelijk en loos,
Uw volk, dat zij zo bits verachten,
Te dempen met vereende krachten;
Dat Gij, met zoveel gunst en zorgen,
Houdt, als een schat, bij U verborgen.
3
Zij zeiden stout, en heet op buit:
"Komt aan, men roei' gans Isrel uit;
Opdat dit volk, gelijk voor dezen,
Voortaan geen volk meer moge wezen;
Dat niemand Isrels naam doe horen,
Dat zijn gedachtnis ga verloren."
4
Want samen zijn zij 't eens geraakt;
't Verbond is tegen U gemaakt;
Daar zien wij Edoms tenten naadren;
Ginds Ismael zich saam vergaadren;
De Moabieten, Hagarenen
En Gebal zich in 't veld verenen.
5
Met hen trekt Ammon ene lijn,
En Amalek, en Palestijn,
En die in 't rijke Tyrus wonen;
Ook liet zich Assur bij hen tronen,
Een machtig rijk, waarop zij leunen,
En Lots ontaarde kinders steunen.
6
Dat hen, o God, Uw gramschap sla,
Als Midian, als Sisera,
Als Jabin, die bij Kisons stromen
En t' Endor gans zijn omgekomen,
Wanneer Uw ijver niemand spaarde,
Maar hen vertrad als slijk der aarde.
7
Sla hen en hunne prinsen, HEER',
Als Oreb en als Zeeb neer.
Doe al hun vorsten, hoe verheven,
Als Zebah en Zalmuna sneven;
Die met geweld Gods land en daken
Zich wilden ter bezitting maken.
8
Maak dat dit volk geen rustplaats vind';
Verstrooi hen door een wervelwind
Als stoppels, door een storm gedreven,
Als wouden, 't vuur ter prooi gegeven,
Als bergen, in wier ingewanden
Ontstoken pik en zwavel branden.
9
Vervolg ze dus van oord tot oord,
En drijf ze met Uw onweer voort.
Verschrik hen met Uw dwarrelwinden.
Zodat zij rust noch schuilplaats vinden.
Doe hen, o HEER', vol schande vlieden,
Opdat z' Uw Naam eens hulde bieden.
10
Beschaam, verschrik hen eeuwiglijk;
Dat ieder schaamrood rugwaarts wijk'.
Verniel hun heiren; doe hen weten,
Dat Gij alleen de HEER' moogt heten;
Die grote Naam van 't hoogste Wezen.
Doe 't wereldrond eerbiedig vrezen.

Datheen

1
Wil toch niet langer zwijgen, Heer,
Wil zo stille niet wezen meer,
Houd U niet zo gans zonder spreken;
Want zaam woeden al Uw vijanden,
Razende maken zij te schande,
En 't hoofd stoutelijk zij opsteken.
2
Zij raadslagen met listen kwaad,
Tegen 't volk, Heer, dat op U staat;
Over dien bruiken zij haar krachten,
Die vrijmoediglijk zonder zorgen
Onder U willen zijn verborgen;
Veel loze vonden zij betrachten.
3
Zij spreken: Laat nu zijn voortaan
Dit volk omgebracht en verdaan,
Dat het geen volk meer zij zo krachtig;
Dat niet genaamd zij in eerwaarde
De naam IsraČls op de aarde;
Dat men dies niet meer zij gedachtig.
4
Tegen U maken zij een bond,
En binden hen t' zaam nu terstond,
Edom en de IsmaČlieten,
Moabs en ook Hagars geslachte,
De Gebalieten groot van machte,
Zijn U tegen met d' Ammonieten.
5
Palestina, Amelek rijk,
En die van Tyrus al gelijk,
Bruiken haar verstand en haar krachten;
De AssyriČrs hoog verheven,
Hulp en onderstand zij t' zaam geven
Den kind'ren Lots, die U verachten.
6
Doe hen zo Gij deedt Midian,
Dat harer geen kome daarvan;
Zo Gij tot Kison aan de beken
Jabin en Sisera hoogmoedig
Versloegt; daar ook 't volk overvloedig
Als drek in Endor bleef versteken.
7
Haren oversten Vorsten doet
Als Oreb en ZeČb onvroed,
Dat Zeba Tsalmuna geschiedde;
Die daar zeiden met hoogmoed prachtig,
Dat ze zouden 't huis Gods almachtig
Innemen tot haren gebiede.
8
Maak z' ongestadig als een rad,
En als dat stof der aarde plat,
Omhoge van den wind gedreven;
Zo de vuurvlammen 't hout verbranden,
En de bergen maken te schanden,
Hoe hoog ook dat ze zijn verheven.
9
Vervolg ze zo met groot tempeest,
Door onweder maak ze bevreesd,
Wil ze hier en daar met angst jagen;
Haar aangezichten wil beschamen,
Opdat ze met handen te zamen
In ootmoed naar U, o Heer, vragen.
10
Laat ze beschaamd zijn en verbaasd,
Verschrik z' en breng z' om met der haast;
Dat zij mogen verstaan en gronden,
Dat Gij een Heere zijt allene,
De Allerhoogst' en anders gene
In de wereld kan zijn bevonden.

Overige
Gereformeerd kerkboekHoud U niet stil, zwijg niet, o God
Liedboek 1973Zwijg niet, o God, verhef uw woord
Marnix van St. AldegondeHeer houde dy niet langher stil,
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Juicht de Here, gij ganse aarde,
dient de Here met vreugde
(o.a. Evangelische liedbundel 23)