Psalm 64

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
't Behaag' U, mij gehoor te geven;
Ik zend mijn klaagstem tot Uw troon;
O HEER', dat zich Uw hulp vertoon.
Laat mij voor 's vijands macht niet beven;
Behoed mijn leven.
2
Verberg mij voor de listigheden
En voor den heimelijken raad
Der bozen, die, geneigd tot kwaad,
Oproerig in hun doen en reden,
Steeds onrecht smeden.
3
Bescherm mij tegen 't wreed vermogen
Van hen, wier tong is als een zwaard,
Wier taal, met bitterheid gepaard,
Tot pijlen dient op hunne bogen,
Om t' orelogen.
4
Zij leggen lagen voor de vromen;
Verschuilen zich voor hun gezicht,
En treffen straks hen met hun schicht,
Waardoor zij wreed hen om doen komen,
En niemand schromen.
5
't Is 't kwaad, waarin z' elkander sterken,
Dat hun tot samenspraak verstrekt;
Hun strikken houden zij bedekt;
Zij zeggen van hun boze werken:
"Wie zal die merken?"
6
Hun drift, aan snood bedrog verbonden,
Spitst daaglijks zich op listigheen.
Hun hart, hun binnenst' peinst alleen
Op vals' en ereloze vonden,
Om elk te wonden.
7
Maar God, aanschouwend al hun lagen,
Die bloot zijn voor Zijn aangezicht,
Zal ijlings met een scherpen schicht
Hen treffen, en door zware plagen,
Hen straf doen dragen.
8
Hun tong, die andren durfd' onteren,
En ware vromen trots versmaan,
Zal zelf met schande hen belaan;
Ja, elk zal hun den rug toekeren,
En hen verneren.
9
Dan zullen alle mensen vrezen,
Het werk verheffen van den HEER'.
Zijn lof verbreiden en Zijn eer,
En op Zijn daan, alom geprezen,
Oplettend wezen.
10
't Rechtvaardig volk zal zich verblijden,
Betrouwend op den HEER' alleen;
D' oprechten zullen weltevreen
Terwijl zij Hem hun harten wijden,
Zijn Naam belijden.

Datheen

1
Als ik roep, Heer, hoor mijn stem klachtig,
En help mij dan uit mijn gekwel,
Opdat mijn vijanden zeer fel
Mij niet doden; want zij zijn krachtig,
O Heer almachtig!
2
Verberg mij nu, o Heer geprezen,
Voor mijn vijanden, schalk en kwaad,
Voor de rotten en voor den raad
Der bozen, die met al haar wezen
Zeer zijn misprezen.
3
Haar tongen zeer krachtiglijk snijden
Als zwaarden, die scherp zijn en fijn;
Haar giftige woorden die zijn
Als pijlen fel, die zij in 't strijden
Schieten ter zijden.
4
Opdat ze zo, Heer, in 't verborgen
Met list schieten den vromen man;
Veel goeden zijn alzo daarvan
Doorschoten, die zij zonder zorgen
Heimelijk verworgen.
5
In 't kwaad doen zij hen zeer versterken,
Om mij te verschrikken; zij staan
En spreken stoutelijk: Welaan,
Wie zal ons doen en onze werken
Kunnen bemerken?
6
Zij dichten schalkheid t' allen stonden,
Daartoe doen zij t' zaam haren vliet;
Een ieder die diepte doorziet
Zijns harten, om zo te doorgronden
Listige vonden.
7
Maar God op Wien ik rust alleine,
Zal Zijnen boog afschieten zaan,
Geheel onvoorziens zal 't toegaan;
Zij zullen verwond zijn gemeine
Groot ende kleine.
8
Haar tonge, die niet kan dan schaden,
Hen plat te gronde werpen zal;
Dies zullen zij, die dit zien al,
Hen met bespottingen beladen
Ende versmaden.
9
Dan werden in 't gemein beleden
Des Heeren grote daden rein;
De versaagden zullen gemein
Verstaan des Heeren wonderheden
In alle steden.
10
Maar de vromen zullen verblijden
In God den Heere al te zaam;
En zij, die staan op Zijnen naam,
Zullen Zijn eer tot allen tijden
Alzins belijden.

Overige
Gereformeerd kerkboekBehoed mij, Heer, hoor naar mijn klagen
Liedboek 1973Behoed mij, Heer, hoor naar mijn klagen!
Marnix van St. AldegondeUerhoor o Godt mijn droeuich claghen,
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Kom en laat ons prijzen en juichen voor zijn grootheid,
want Hij, de grote Koning, heeft de wereld in zijn hand.
Tekst & muziek: Peter van Essen (Opwekkingsbundel 604)