Psalm 58

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
O, gij vergadering, gezeten
Om recht te doen, spreekt gij het recht?
Wordt alles billijk aangelegd;
Kwijt ieder zich naar zijn geweten;
En vonnist gij wel inderdaad,
Zoals met reeht en wet bestaat?
2
Neen; gij smeedt ongerechtigheden
In 't harte, dat van boosheid zwelt.
Gij weet op aard' uw snood geweld,
In schijn van billijkheid en reden.
Goddlozen zijn van God vervreemd,
Zo ras hun leven aanvang neemt.
3
De boze leugensprekers dolen,
Van 't uur, dat zij geboren zijn;
In hart en mond ligt heet venijn,
Als in een vuurge slang, verscholen.
Zij geven 't goede nooit gehoor,
Maar stoppen, als een adder, 't oor.
4
Gelijk zich die niet laat bezweren,
Zo willen dezen niet verstaan,
Verbreek hun tanden, laat voortaan,
O God, Uw arm hun kracht verneeren.
Breek jonge leeuwen, heet op buit,
O HEER', de wrede tanden uit.
5
Smelt hen tot water, laat ze drijven;
En maak hun pijlen, waar zij boos
Mee mikken, stomp en krachteloos.
Laat toch Uw arm hun boog niet stijven,
Doe hen, in armoe en gebrek
Vergaan, versmelten, als een slek.
6
Och, laat hen in hun kwaad niet groeien,
Maar doe hen als een misdracht zijn.
Dat nooit de zon hun oog beschijn'.
Eer dan uw potten zullen gloeien
Van 't doornenvuur, stormt Hij gezwind
Hen weg, als in een wervelwind.
7
't Rechtvaardig volk, gered uit lijden,
Zal eens, wanneer 't de wraak aanschouwt,
In God, Wien 't zich had toevertrouwd,
En in Zijn waarheid zich verblijden;
't Zal zijne voeten, welgemoed,
Zelfs wassen in der bozen bloed.
8
De mens zal eerlang vrolijk zeggen:
"Gewis, de deugd geniet haar vrucht;
Gods grootheid wordt terecht geducht,
Die loon en straf weet toe te leggen.
Gewis, daar is een God, die leeft,
En op deez' aarde vonnis geeft."

Datheen

1
Gij, raadsheren, laat mij toch horen,
Die mij tegen zijt allegaar;
Zegt mij eens ter trouwe voorwaar,
Is 't ook recht, dat gij u neemt voren?
Zegt gij Adams kind'ren wel an;
Zoekt gij recht te doen ieder man?
2
Och neen, gij! maar in uwe dagen
En bedenkt gij niet dan boosheid
En allerlei ongerecht'heid,
Met uw valse maten en wagen.
De bozen zijn van God zo zaan
Vervreemd, als zij 't leven ontvaan.
3
Zo haast zij verwerven dit leven,
Door leugenen wijken zij af;
Zij gaan zwanger met gif zeer straf,
Als een slange tot kwaad begeven;
Als een adder loos, die niet hoort
Des gezangs niet een enkel woord.
4
Zij wil den tovenaar niet horen,
Hoe lief en schoon dat hij ook spreekt.
De keel en tanden, Heer, hun breekt
Door Uw kracht, die Gij pleegt t' oorboren;
Breekt hun de tanden; want zo fel
Zijn zij als jonge leeuwen snel.
5
Als water dat daar vloeit op aerden,
Zullen zij ook van zelfs vergaan;
Haar pijlen, die ze schieten zaan,
Zullen t' zamen gebroken werden,
Zij werden haastelijk versmacht
Als slakken, die niemand en acht.
6
Gelijk een ontijdig kind stervet
Eer 't den dag ziet of zonneschijn;
Gelijk onrijpe vruchten zijn
Haast verdwijnt, alzo ook verdervet
God de jonge doornen met smaad,
Eer ze rijp worden en gans kwaad.
7
Dan zal de vrome verheugd wezen,
Die met benauwdheid was bevaan,
Ziende de godd'lozen vergaan,
Door de wrake Gods geprezen.
Hij zal hem baden in dat bloed
Des bozen, en zo spreken vroed.
8
De rechtvaardige zal niet lijden
Te vergeefs, dat is openbaar;
Hij zal zulks genieten hiernaar
En hem zeer heerlijk nog verblijden.
Want een Rechter zal de God mijn
Over goeden en kwaden zijn.

Overige
Gereformeerd kerkboekU die in hoogheid bent gezeten
Liedboek 1973Gij hoge raad, bijeengekomen
Marnix van St. AldegondeIn goeder trouwen segt my Heeren,
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Laat uw glorie zien, dat heel de wereld horen mag
het lied van Jezus en het kruis waar Hij ons redding bracht
tekst & muziek: Tommy Walker (o.a. Opwekkingsbundel 557)