Psalm 30

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
Ik zal met hart en mond, o HEER',
Uw Naam verhogen en Uw eer,
Dewijl Gij mij Uw bijstand boodt,
Mij optrokt uit den diepsten nood;
Zodat de vijand in mijn lijden
Zich over mij niet mocht verblijden.
2
Mijn God, Gij hebt mij, op mijn klacht,
Genezen, en mijn smart verzacht!
Gij hebt mijn ziel, door angst beroerd,
Als uit het graf weer opgevoerd.
Gij hebt het leven mij geschonken;
Ik ben niet in den kuil gezonken.
3
Psalmzingt, Gods gunstgenoten, geeft,
Geeft lof den HEER', die eeuwig leeft:
Zijn vlekkeloze heiligheid
Zij ter gedachtenis verbreid.
Een ogenblik moog' ons doen beven,
Zijn gunst verduurt een eeuwig leven.
4
Perst eens de bittre tegenspoed
Des avonds het benauwd gemoed,
Tot naar gejammer en geklag,
Nauw rijst des morgens vroeg de dag,
Of God verleent, in plaats van lijden,
Weer stof tot juichen en verblijden.
5
Ik sprak, door mijn geluk misleid:
"Ik wankel niet in eeuwigheid ".
Want Gij hadt mijnen berg, o HEER',
Door Uwe gunst, Uw Naam ter eer,
Zo vast gezet, alsof gevaren
En rampen nu verdwenen waren.
6
Maar, toen G' U slechts een ogenblik
Verbergdet, trof mij vrees en schrik.
Dies riep ik om Uw heilgenot;
Ik smeekt' en zeid': "O grote God,
Wat winst is uit mijn bloed te halen?
Waartoe zou ik ten grave dalen?
7
Zou in den kuil 't ontzielde stof,
Den mond ontsluiten tot Uw lof;
En van Uw redding zingen ? Zou
Het daar verkondigen Uw trouw?
Hoor mij, o HEER', help mij genadig.
Bekroon mij met Uw gunst gestadig".
8
Gij hebt mijn weeklacht en geschrei
Veranderd in een blijden rei;
Mijn zak ontbonden, en mij weer
Met vreugd omgord; opdat mijn eer
Niet zwijg' ; Zo klimt Uw lof naar boven.
Mijn God, U zal ik eeuwig loven.

 

Datheen

1
Nadat Gij, Heer, mij hebt bevrijd,
En dat Gij ook nimmermeer lijdt,
Dat mijn vijanden hebben vrij
Oorzaak, om te spotten met mij;
Den prijs, dien Gij hierom zijt waardig,
Te zingen wil ik zijn volvaardig.
2
Als ik U heb geroepen aan,
Gezondheid heb ik, Heer! ontvaan.
Ik was ter helle gedaald schier,
Als Gij mij uittokt goedertier:
't Leven hebt Gij mij willen sparen.
Daar ik in 't graf was afgevaren.
3
Gij all' die Zijn goedheid bekent,
Verbreidt Zijn eer, maakt zonder end
Heerlijk Zijnen Naam, naar Zijn woord.
God is nimmermeer zo verstoord,
Of Zijnen toorn, die elk doet schrikken.
En vergaat gans zeer haastelikken.
4
Maar Zijn genaad' en goedigheid,
Door ons gans leven Hij uitspreidt;
Daarom het ook dikwijls geschiedt,
Dat wij 's avonds hebben verdriet;
Maar als de dag is opgestanden,
Komt ons oorzaak van vreugd voorhanden.
5
Als 't mij al naar mijnen lust ging,
Bij mij te spreken ik aanving:
Ik ben nu zeker wel verzorgd;
Want Uw goedheid was mijnen borcht,
Uw kracht onderhield mij, Heer goedig!
Gij gaaft mij alles overvloedig.
6
Maar als Gij hebt Uw aanzicht haast
Afgewend, mijn hart werd verbaasd;
Dan riep ik tot den Heere goed,
En sprak tot Hem in groot ootmoed:
Heer, wat nut zult Gij toch ontvangen,
Als mijn leven zal zijn vergangen?
7
Als ik tot stof ben gemaakt, Heer!
Zal ik dan vorderen Uw eer?
Of verbreiden Uw waarheid klaar?
Verhoor mij toch in dit gevaar;
Wil mij naar Uw goedheid aanmerken,
Zijt mijn Bewaarder, wil mij sterken.
8
Gij hebt mijn benauwdheid verkeerd
In vreugd, en hebt den zak geweerd,
Des druks en mij met vreugd bekleid;
Dies zal met lofzang zijn verbreid
Door mij Uwen lof en Uw krachten,
Die bestaan in alle geslachten.

Overige
Gereformeerd kerkboekIk zal U loven, trouwe HEER
Liedboek 1973Dank, Heer, Gij hebt het niet gedoogd
Marnix van St. AldegondeIck wil met lofsang wel bequaem
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Dan groeit in mij steeds sterker dit verlangen:
Laat heel de wereld zien, hoe echt uw liefde is
tekst & muziek: Paul Oakley (o.a. Opwekkingsbundel 494)