Psalm 29

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
Aardse machten, looft den HEER'!
Geeft den HEERE sterkt' en eer.
Dat de lof van 's Hoogsten Naam,
Aller groten roem beschaam'.
Vorsten, 't voegt u, Hem, in 't midden;
Van Zijn heiligdom t' aanbidden,
't Voegt u, met de Godgetrouwen,
's HEEREN heerlijkheid t' ontvouwen.
2
's HEEREN stem, op 't hoogst geducht,
Rolt en klatert door de lucht.
Berst, met vreselijk geluid,
Op de grote waatren uit.
Klinkt, met nadruk en vermogen,
Heerlijk uit de hemelbogen.
't Schepsel beeft en staat verwonderd,
Als de God der ere dondert.
3
's HEEREN wonderstem verbreekt,
Als Zijn grimmigheid ontsteekt,
't Ceedrenbos van Libanon,
Schudt den hogen Sirion.
Ceedren, uit den grond gewrongen,
Hupplen als der rundren jongen,
Bergen voelen sidderingen,
Daar z' als wilde stieren springen.
4
's HEEREN stem verbaast natuur,
Houwt uit bergen vlammend vuur.
Schiet van 't zwerk den bliksem neer.
Kades beeft voor 't buldrend weer.
Woestenijen slaan aan 't zuchten.
Hinden krijgen, onder 't vluchten,
Barenswee ; door vrees gedrongen,
Werpen z', in dien nood, haar jongen.
5
's HEEREN stem ontbloot het woud;
Maar hij, die op God vertrouwt,
Buigt zich veilig, Hem ter eer,
Juichend in Zijn tempel neer.
't Is de HEER', Wiens wenk de stromen
In hun woede kon betomen;
Die, in macht nooit af te meten,
Eeuwig is ten troon gezeten.
6
Looft den HEER', die wondren werkt;
Israel, Zijn volk, versterkt.
Hem, die Jakobs heilig kroost
Zeegnen zal met vreed' en troost.

 

Datheen

1
Gij prinsen, en gij heren,
Begaafd met grote ere,
Schrijft God toe altezamen
Zijn kracht en lof bekwame.
Wilt Hem zulken prijs bewijzen,
Als Zijn macht, niet om volprijzen,
Toestaat, en in Zijn woning goed
Buiget Hem de knien met ootmoed.
2
Gods stem werd gehoord krachtig
Op de wateren machtig;
In 's hemels wolken zeer klaar
Werd ook Gods kracht openbaar,
Zijn stemme (niet om versterken)
Getuigt van Zijn grote werken;
Zijn stem is vol t' allen stonden
Van heerlijke kracht bevonden.
3
Gods stem slaat met onweder
De cederbomen neder,
Op Liban den berg geplant,
En d' ander bergen in 't land,
Hij doet die springen te degen.
Zo de jonge kalvers plegen,
En als de jong' eenhoornen doen,
Die opspringen in bossen groen.
4
Gods stem doorsnijdt en scheidet
't Vuur en zijn vlam uitbreidet;
Hij doet 't dal Kades beven,
Met de dalen daarneven.
Hij schrikt de hinden kleinmoedig,
En doet ze misvallen spoedig;
Hij doet de bossen groen en groot,
Door Zijn kracht worden dor en bloot.
5
Maar ieg'lijk gaat bij dezen
In Gods tempel geprezen,
En daar hij placht te beven,
Hij looft Hem al zijn leven.
Des waters, dat men vreest zere,
Des zondvloeds, is God een Heere;
En Zijn koninkrijke voortaan
Zal eeuwiglijk vast blijven staan.
6
Daarom zal de Heer wezen
Zijns volks kracht uitgelezen;
Vreed' en goed zal hem geven
Onze God hoog verheven.

Overige
Gereformeerd kerkboekHemelingen, buigt u neer
Liedboek 1973Gij die hoog verheven zijt
Marnix van St. AldegondeGheeft ghy vorsten groot geacht,
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Hem zij de glorie, want Hij die overwon,
zal nooit verlaten wat zijn hand begon
tekst: J. van Ingen Schenau, muziek: B. Britten (o.a. Opwekkingsbundel 44)