Psalm 26

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand

Extra info

Zie ook de samenvatting van het proefschrift van G. Kwakkel over de psalmen 7, 17, 18 , 26 en 44.

Interessante informatie van elders:

Psalm 26 op levensliederen.net, eigentijdse vertalingen van de psalmen.
1773

1
O HEER', doe Gij mij recht.
Ik wandel als Uw knecht,
En vind mijn lust in Uw gebod,
Ik blijf op U betrouwen;
Op U, mijn rotssteen, bouwen.
Ik zal niet wanklen, grote God.
2
Beproef vrij, van omhoog,
Mijn hart, dat voor Uw oog;
Alwetende, steeds open lag.
Doorzoek mij, toets mijn gangen.
Doorgrond al mijn verlangen,
En stel mijn oogmerk in den dag.
3
Uw goedertierenheid,
Die zich alom verspreidt,
Is t' allen tijd', voor mijn gezicht.
Ik houd oprecht van handel,
Daar 'k in Uw waarheid wandel,
Mijn schreden naar Uw wet gericht.
4
Hij, die vol ijdelheid,
Een spoorloos leven leidt,
Wordt met mijn vriendschap niet vereerd;
En huichlaars, die hun vlekken,
Schijnheiliglijk bedekken,
Zijn van mijn omgang ver geweerd.
5
Mijn hart verfoeit en haat
De werkers van het kwaad,
Bij wie ik mijnen voet niet zet,
Ik zit bij geen goddlozen!
'k Ontwijk de plaats der bozen,
Zo word ik niet door hen besmet.
6
Ik was, aan U verpand,
In onschuld mijne hand,
Mijn hart springt in mij op, o HEER',
Wanneer ik, met Uw scharen,
Verschijn voor Uw altaren,
En U met offergaven eer.
7
Daar wordt Uw lof verbreid,
O Oppermajesteit,
Door mij, die U bemin en acht.
Daar zal mijn stem U prijzen,
Voor al de gunstbewijzen,
Voor al de wondren Uwer macht.
8
Wat blijdschap smaakt mijn ziel,
Wanneer ik voor U kniel,
In 't huis, dat Gij U hebt gesticht!
Hoe lief heb ik Uw woning,
De tent, o Hemelkoning,
Die G', U ter eer, hebt opgericht!
9
Wanneer G' Uw arm verheft,
Den snoden zondaar treft;
Wees Gij dan, HEER', mijn toeverlaat.
Doe mij met hem niet sneven;
O neen, behoed mijn leven,
Als Gij den man des bloeds verslaat.
10
Doe mij niet mee vergaan
Met hen, die U weerstaan;
Wier hart steeds schandlijk misdrijf kweekt;
Die trouw en plicht verachten,
En 't recht om goud verkrachten,
Als d' onschuld om bescherming smeekt.
11
Maar ik, ik ben oprecht;
Verlos dan Uwen knecht,
Van 't ongeval, dat hem genaakt,
Wil mij in gunst gedenken,
Mij Uw genade schenken.
Zo wordt door U mijn heil volmaakt.
12
Nu stap ik rustig aan;
'k Betreed een effen baan:
Mijn God verhoort nu mijn gebed,
'k Zal Hem, met blijde klanken,
In Zijn vergaadring danken,
Wanneer Zijn gunst mij heeft gered.

Datheen

1
Bewaar, o Heer, mijn recht;
Want voorwaar Uwe knecht
Wandelt in onschuld nu voortaan.
Op U staat mijn betrouwen,
In al mijn zwaar benauwen,
Daarom en zal ik niet vergaan.
2
Heer! doorzoek mijn gemoed,
Proef mij in tegenspoed
Aan den proefsteen, in mijn ellend',
Mijn hart en ook mijn nieren
Proef toch, Heer! met den vieren,
Opdat ik recht werde bekend.
3
Want Heer! de ogen mijn
Vast'lijk geslagen zijn
Op Uwe genaad' en goedheid;
En ik leide mijn leven
Naar den regel voorschreven.
Ik wandel in Uwe waarheid.
4
Der leugensprekers boos
Verzameling zeer loos,
Ik altijd, o Heer! haten zal.
Met schalke mensen listig,
Die vals zijn ende twistig.
Heb ik niets gemeens overal.
5
Heer! der godd'lozen kerk,
Haar ergheid en haar werk
Haat ik altijd uit 's harten grond;
Bij de schalken en bozen,
Noch ook bij de godd'lozen
En zit ik, Heer! tot genen stond.
6
Ik was mijn handen rein
Met onschuld in 't gemein;
Ik geve mij tot 't goed eenpaar,
En God, tot Uw off'randen
Schoon en zeer velerhanden
Die men doet op Uwen altaar.
7
Opdat ik daar Uw eer
En heerlijkheid, o Heer!
Zingen mag overluid en klaar;
En Uwe wonderwerken
Zeer groot, zo men kan merken,
Mag verkonden in 't openbaar.
8
Ik heb, Heere! bemind
En hartelijk bezind
Uw schoon huis, waar Gij wonen wilt;
De plaats daar men verkondet,
En ook altijd vermondet
Uwen lof en prijs, Heere mild.
9
Laat mij niet zijn geteld,
Geplaagd, noch ook gekweld
Met de boosdoeners obstinaat;
Neem toch niet weg mijn leven
Met die, die hen begeven
Tot bloed storten uit nijd en haat.
10
De verraders vol nijd,
Uit listen, haat en spijt,
Verklagen mij met onrecht groot;
Zij lopen en slaven
Om geschenken en gaven,
Die hen haast brengen tot der dood.
11
Maar ik wil, Heere! gaan
Vromelijk en bestaan
In eenvoud met een oprecht hart.
Wees mij toch nu genadig,
O mijn God zeer weldadig!
Verlos mij uit angst ende smart.
12
Ik zie Heer! dat Gij mij
Hebt opgericht en vrij
Gesteld op Uwen weg eerbaar;
Dies wil ik U, Heer! prijzen,
Zingen en eer bewijzen,
In 't midden Uwes volks eenpaar.

Overige
Gereformeerd kerkboekO, HERE, doe mij recht!
Liedboek 1973O Heer, op wie ik pleit
Marnix van St. AldegondeRicht my, Heer, na mijn recht:
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Kom en laat ons prijzen en juichen voor zijn grootheid,
want Hij, de grote Koning, heeft de wereld in zijn hand.
Tekst & muziek: Peter van Essen (Opwekkingsbundel 604)