Psalm 21

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand

Interessante informatie van elders:

Psalm 21 op levensliederen.net, eigentijdse vertalingen van de psalmen.
1773

1
O HEER', de Koning is verheugd
Om Uw geducht vermogen;
Uw heil zweeft hem voor d' ogen,
En met wat blijde zielevreugd
Zal hij, door al Uw daan.
Verrukt, ten reie gaan!
2
Wat hij U smeekt, uit 's harten grond
En al zijn rein verlangen,
Hebt Gij hem doen ontvangen.
Ook hebt Gij d' uitspraak van zijn mond,
Al wat hij heeft begeerd;
Geweigerd, noch geweerd.
3
Gij, die hem gunstig hebt gered,
Zijt hem met volle stromen
Van zegen voorgekomen.
Ook hebt Gij hem op 't hoofd gezet,
Hem, die op U betrouwt,
Een kroon van 't fijnste goud.
4
Hij heeft, O God, van U begeerd
Het onverganklijk leven;
Gij hebt het hem gegeven.
Zo zijn de dagen hem vermeerd,
Zo leeft de Vorst altoos,
Zo leeft hij eindeloos.
5
Hoe groot en schittrend is zijn eer,
Door 't heil, aan hem bewezen!
Hoe is zijn roem gerezen!
O alvermogend, Opperheer,
Wat glans, wat majesteit.
Hebt Gij dien Vorst bereid!
6
Gewis, Gij zult, all' eeuwen door
Hem met Uw gunst verzellen,
En tot een zegen stellen.
Ja, Gij geleidt hem op het spoor
Der vreugde, bij het licht
Van 't Goddlijk aangezicht.
7
De Koning rust op Uwe trouw,
O eeuwig Opperwezen.
Uw goedheid, nooit volprezen,
Duldt niet, dat hij ooit wanklen zou.
Neen, d' Allerhoogste zal
Hem hoeden voor den val.
8
Uw sterke hand zal onverwacht
Al Uwe haters vinden.
Uw wraak zal hen verslinden.
Uw rechterhand zal eens met kracht,
Vernielen en verslaan
Hen, die Uw rijk weerstaan.
9
Dan doet Uw toornig aangezicht
Hen, als een oven roken,
Door 't heetste vuur ontstoken.
Dan wordt in 's HEEREN strafgericht,
De gloed, die hen verteert,
Met vlam op vlam vermeerd.
10
De vruchten van hun huwlijksbed
Zult Gij van d' aard verderven,
En doen door rampen sterven.
Totdat men, waar men zoek' of lett',
Geen nakroost meer bespeurt,
Dat hunnen dood betreurt.
11
Want tegen U heeft dit geslacht
Een goddloos kwaad besloten
En met zijn bondgenoten,
Een schandelijke daad bedacht,
Doch al dat listig woen,
Zal leed noch hinder doen.
12
Want Uw alziend en toornig oog
Zal hen ten doelwit zetten.
Gij zult Uw pijlen wetten,
En doen ze, van Uw stalen boog,
Tot hun verderf gericht;
Hun vliegen in 't gezicht.
13
Verhoog, o HEER', Uw naam en kracht;
Zo zal ons vrolijk zingen
Door lucht en wolken dringen.
Zo wordt Uw heerschappij en macht
Door ons, nog eeuwen lang,
Geloofd met psalmgezang.

Datheen

1
De koning zal zeer zijn verheugd,
Dat hij door Uw hand krachtig
Verlost is, Heer almachtig!
Hoe vol zal hij wezen der vreugd,
Ziende dat hij gewis
Door Uw kracht bevrijd is.
2
Zijnen lust en begeren al,
Zo gij dat overlegget,
Heer! Gij hem niet ontzegget.
En al dat hij U bidden zal,
Daarvan hij doet vermaan,
Zal hij van U ontvaan.
3
Want eer hij bidt, zijnde benauwd,
Maakt Gij hem, Heere goedig,
Met rijkdom overvloedig.
Een krone van gelouterd goud
Maakt Gij hem, die Gij stelt
Op 't hoofd, midden in 't veld.
4
Hij begeerde toch anders niet,
Dan dat Gij hem woudt geven,
Slechts enen tijd om leven.
Gij hebt hier boven (zo men ziet)
Hem vergund overvloed,
Ja 't eeuwig leven zoet.
5
Door Uw goedheid maakt Gij altijd,
Dat zijnen goeden name
Wijd verbreid werd bekwame;
Want Gij, Heer, Die goedertier zijt,
Hem prijs en ere wilt
Altijd geven zeer mild.
6
Gij versiert hem, dat hij hier naar
Enen spiegel zal wezen
Uwer goedheid geprezen;
Gij hebt Hem verheuget voorwaar,
En zijn harte verlicht
Door Uw lieflijk gezicht.
7
Opdat de koning zij bevrijd
In zijn leed en benauwen
Op God staat zijn vertrouwen;
Van God wacht hij hulp in den strijd;
Door welken hij eenpaar
Vast blijft zonder gevaar.
8
Uw hand is sterk genoeg om slaan,
Ja om neder te vellen,
Die hen tegen U stellen.
Zij werden ook tot niet gedaan,
Die Uwen prijs en eer
Hebben verachtet, Heer.
9
Uw gramschap hen verslinden zal
Als enen heten oven,
Onder vol vuurs en boven;
Zij werden ook verdorven al
Van U, daar men op ziet,
Werden z' gebracht tot niet.
10
Uitgeroeid werden zij met een,
Van der aarde met machte,
Zij en al haar geslachte,
Daar en werd gedachtenis geen,
Noch gewag vroeg of spaad',
Van haren stamme kwaad.
11
Omdat ze hebben onderstaan
Den koning te beschaden
Met allerlei boosdaden,
Tegen U zij met list raadslaan;
Maar daar werd door haar kracht
Niets bijzonders volbracht.
12
Al waar 't dat de booz' opgericht,
Te zaam tegen U kwamen,
Gij zoudt ze haast beschamen.
Gij zult ze schieten in 't aanzicht;
Daarop hebt Gij gemikt
En Uwen boog geschikt.
13
Daarom maak U toch op, o Heer!
Wil met ernst nu bewijzen
Uw kracht, niet om volprijzen;
Opdat wij altijd, t' Uwer eer,
Prijzen ons leven lang
Uwe macht met lofzang.

Overige
Gereformeerd kerkboekO HEER, de koning is verblijd
Liedboek 1973O Heer, de koning is verheugd!
Marnix van St. AldegondeDe Coninck sal, Heer, zijn vervreucht
Bladmuziek

categorie:
arrangeur:

Blazers ensemble, 5 instrumenten
R. Sikkema
partituur  midi
voor bes-instrument  

opmerking:

Canon

categorie:
arrangeur:

Vocale tegenstem
R. Sikkema
besversie  
partituur  midi

opmerking:

Canon

categorie:
arrangeur:

3 instrumenten + begeleiding
L.C. Verschoor
partituur  midi
instrumenten  

opmerking:

Orgel met twee fluiten en een es bas
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Samen in de naam van Jezus heffen wij een loflied aan,
want de Geest spreekt alle talen en doet ons elkaar verstaan
(o.a. E&R bundel 168)