Psalm 14

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand

Interessante informatie van elders:

Psalm 14 op levensliederen.net, eigentijdse vertalingen van de psalmen.
1773

1
De trotse dwaas zegt in zijn boos gemoed:
"Daar is geen God". Zij doven 't licht der rede,
En maken zich, door gruwelijke zeden,
Afschuwelijk, daar is geen mens, die goed
Op aarde doet.
2
De grote God, die 't recht verdedigt, sloeg
Van 's hemels troon Zijn ogen naar beneden;
Op Adams kroost, doorzocht hun hart en zeden.
Hij zag, of zich geen mens verstandig droeg,
En naar Hem vroeg.
3
Hij zocht alom, maar ach, Hij vond er geen.
Want alle vlees is trouwloos afgeweken.
Het land is vol van stinkende gebreken.
Geen sterveling wil 't pad der deugd betreen.
Ja, zelfs niet een.
4
Heeft dan dit volk, dat groeit in euveldaan,
Geen kennis ? Neen, thans durven die ontzinden
Met gulzigheid mijn volk als brood verslinden.
Zij roepen, op hun godvergeten paan,
Den HEER' niet aan.
5
Daar valt de vrees hen aan, en breekt hun kracht,
En pijnigt hen met dodelijke nepen;
Zij worden door vervaardheid aangegrepen;
Want God is bij 't rechtvaardige geslacht,
Dat op Hem wacht.
6
Gij spot vergeefs, beschimpende den raad
Van 't arme volk, dat, midden in d' ellenden,
Naar 's hemels troon gewoon is 't oog te wenden;
En zich, in zijn bedrukten jammerstaat
Op God verlaat.
7
Och daalde 't heil uit Sion spoedig neer.
Voor Israel. Als God Zijn volk uit lijden
En banden redt, zal Jakob zich verblijden,
En Israel al juichend geven d' eer :
Aan zijnen HEER'.

Datheen

1
De dwaas die spreekt in zijn harte zeer kwaad:
Daar is geen God; en hij verwoest met dezen
Zijn leven gans door zijn gruwelijk wezen;
Daar is niet āān, die met woord ofte daad
Wat goeds begaat.
2
God des hemels de wereld overziet,
Ende bemerkt de mensen in den lande,
Of daar een is, die met goeden verstande,
Om Gods goedheid te zoeken in 't verdriet,
Hem toch bevliet.
3
Alles gemerkt, Hij vindt dat z' in 't gemeen
Al afwijken en gaan op boze wegen;
Zij zijn gruw'lijk, ja tot kwaad gans genegen;
Die wat goeds werkt, en is onder hen geen,
Ja niet tot een.
4
Zijn dan de bozen zo dwaas al te zaam,
Dat ze niet dan kwaad doen zonder afkeren;
Die mijn arm volk als dat brood gans verteren?
Zij zijn om 't aanroepen des Heeren Naam,
Zeer onbekwaam.
5
Zij zullen hen verwonderen voorwaar,
Als zij haast beangst zijnde zullen beven;
Want God, Wiens goedheid zeer hoog is verheven,
Is met den vromen, die Hem voor en naar
Liefheeft eenpaar.
6
Gij mens ongelukkig, dit toch verstaat,
Gij die bespot 't voornemen van den vromen,
't Welk God in zijn hart goediglijk laat komen;
Die alleen is des vromen toeverlaat,
Dien gij versmaadt.
7
Och! dat de hulp over IsraČl, Heer!
Kwam uit Sion, en dat God uit 't verlangen
Wilde verlossen Zijn arm volk gevangen;
IsraČl en Jakob zouden in eer
Verblijd zijn zeer.

Overige
Gereformeerd kerkboekDe dwaas zegt in zijn hart: 'Er is geen God'
Liedboek 1973De dwaas zegt in zijn hart: 'er is geen God'
Marnix van St. AldegondeDe dwase spreect in zijn god'loos gemoet:
Bladmuziek
Van deze psalm zijn er geen muziekbewerkingen.
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Maar 's HEEREN gunst zal over die Hem vrezen,
in eeuwigheid altoos dezelfde wezen
psalm 103, berijming 1773