Psalm 6

Terug naar psalm overzicht

Info
 

Melodie

midi bestand
1773

1
O HEER', Gij zijt weldadig;
Straf mij niet ongenadig
In Uwen toornegloed,
Ai, matig Uw kastijden;
Sla mij met medelijden,
Gelijk een vader doet.
2
Vergeef mij al mijn zonden,
Die Uwe hoogheid schonden;
Ik ben verzwakt, o HEER',
Genees mij, red mijn leven:
Gij ziet mijn beendren beven;
Zo slaat Uw hand mij neer.
3
Mijn ziel, gans neergebogen,
Schrikt voor Uw heilig' ogen,
In dezen jammerstaat.
Hoe lang zal ik nog klagen?
Hoe lang Uw gramschap dragen,
O HEER', mijn toeverlaat?
4
Keer eindlijk, HEER', toch weder;
Mijn ziel buigt zich terneder,
Ai, red haar van 't verderf.
Sla mijn ellende gade,
Tot roem van Uw genade,
En help mij, eer ik sterf.
5
Want wie kan, na 't verscheiden,
Op aarde meer verbreiden,
Uw grootheid en Uw lof?
Wie zal Uw gunstbewijzen,
In 't zwijgend graf ooit prijzen?
U zingen in het stof?
6
Uw strenge geselroede,
Maakt mij van 't zuchten moede,
Verteert geheel mijn kracht;
Ik voel Uw slagen klemmen,
En doe mijn bedde zwemmen
In tranen, al den nacht.
7
Mijn oog is rood gekreten,
Van tranen uitgebeten,
Verouderd en doorknaagd;
Daar ik, in mijn ellenden,
Door al mijns vijands benden,
Verdrukt word en gejaagd.
8
Mijn ziel grijp moed; wijkt bozen,
Vlucht van mij weg, goddlozen;
De HEER' heeft mijne klacht,
Met toegenegen oren,
Genadig willen horen,
En al mijn smart verzacht.
9
De HEER' wild' op mijn kermen,
Zich over mij ontfermen.
Hij heeft mijn stem verhoord,
De HEER' zal, op mijn smeken,
Geen hulp mij doen ontbreken;
Hij houdt getrouw Zijn woord.
10
Hij zal mijn haters weren,
Hen straks terug doen keren,
Beschaamd, en vol van schrik;
Zijn grimmigheid, aan 't blaken,
Zal hen te schande maken,
Zelfs in een ogenblik.

Datheen

1
Wil mij niet straffen, Heere,
Die misdaan heb zo zere,
In enen grammen zin;
In Uwen toorn vervaarlijk,
Kastijd mij niet zo zwaarlijk
Als ik wel waardig bin.
2
Maar wil U, Heer ontfermen
En over mij erbermen;
Ik ben zeer zwak altijd.
Wil mij gezondheid geven,
Want mijn ziel en lijf beven
In deze mijnen strijd.
3
Mijn geest hem ook ontstellet.
Zwaar verschrikken mij kwellet,
Vreze maken mij onvro.
O Heere! hoog geprezen,
Hoe lange zal 't nog wezen,
Dat ik moet blijven zo?
4
Ach! wil U tot mij keren,
Wil ook van mij toch weren
Deez' benauwdheid niet klein.
Zeer groot zijn mijn misdaden;
Maar uit louter genaden
Maak mij, Heer, daarvan rein.
5
Want in den dood zeer wrede,
Wie is 't die daar verbrede
Uw lof en eer bekwaam?
Niemand zal in der helle
Uwen prijs schoon vertellen.
Noch danken Uwen Naam.
6
Ik ben moed' en verslagen
Van gans den nacht te klagen.
Ik doe zwemmen voorwaar
Mijn bedde, met mijn wenen,
En mijn leger met enen
In mijn tranen eenpaar.
7
Mijn gedaante met allen
Is nu, Heer, gans vervallen
Door gedurig geklag;
Omdat aan alle zijden
Mijn vijanden verblijden
Voor mij met groot gelach.
8
Gij bozen, wilt nu wijken:
Gij wreden desgelijke;
Vertrekt nu haast van hier.
God heeft mijn treurig klagen
Naar Zijn goed welbehagen,
Verhoord zeer goedertier.
9
God en wil niet verachten
Mijn gebed noch mijn klachten;
Maar hoort mij t' Zijner eer.
Mijn beden Hem bewegen,
Ik heb van Hem verkregen
Mijn begeerten en meer.
10
Daarom zijn nu met schande
Bezwaard al mijn vijanden,
Verbaasd zijn zij gewis.
Terug moeten zij keren,
Met schaamte en onere;
Want mij God zo goed is.

Overige
Gereformeerd kerkboekO HERE, sla mij gade
Liedboek 1973Heer, toon mij uw genade
Marnix van St. AldegondeHeer straff niet mijn misdaden
P.C. HooftAl hitsen mijn misdaeden
Bladmuziek

categorie:
arrangeur:

Vocale tegenstem
E. Egberts
partituur  midi
voor bes instrument  

opmerking:

Ook voor Liedboek gezang 284
Afbeelding
Video
Hieronder staan een aantal video's. Hier kunnen video's tussen staan die niets met deze psalm te maken hebben.

© juichtaarde.nl

Laat heel de wereld nu staan vol ontzag voor zijn naam,
zing het lied dat Hem eert.
tekst & muziek: Graham Kendrick (o.a. E&R bundel 393)