Psalm 43

Psalm 43 is zowel van diep religieuze als van grote historische betekenis. Het psalmvers klonk op 13 maart 1941 in de gevangenis - het zogeheten Oranjehotel - in Scheveningen onder dramatische omstandigheden.

Die dag, deze maand 67 jaar geleden, werden achttien mannen (vijftien verzetsmensen van de verzetsgroep de Geuzen en drie Amsterdamse februaristakers) uit hun cel gehaald. Zij gingen op weg naar de executie op de fusilladeplaats de Waalsdorpervlakte nabij Den Haag. De bezetters wilden na een door veelpubliciteit omgeven showproces dit voorbeeld stellen aan de Nederlandse bevolking. Onder die voor de achttien zware omstandigheden werd de psalm "Nu ga ik op tot Gods altaren" gezongen.
Onder de groep gevangenen bevond zich de in Dordrecht geboren, opgeleide en op de Essenhof begraven verzetsstrijder Leendert Keesmaat. Na de executie werden de mannen steeds meer algemeen bekend door "het lied der achttien doden", het verzetsgedicht van Jan Campert.

Op zondagmiddag 4 mei 2008 is er in de Wilhelmina kerk te Dordrecht, de kerk van het verzet, een herdenking geweest. Na de uitvoering van de Bachcantate "Komm, du Süße Todesstunde" kreeg psalm 43 een indringende plek in die herdenking. Dat had in die kerk tevens een historische betekenis. Verzetsstrijder Leendert Keesmaat en zijn ook door de bezetters opgepakte broers Arie en Wim, kerkten in de (Gereformeerde) Wilhelminakerk aan de Blekersdijk 41.

© juichtaarde.nl

Dan groeit in mij steeds sterker dit verlangen:
Laat heel de wereld zien, hoe echt uw liefde is
tekst & muziek: Paul Oakley (o.a. Opwekkingsbundel 494)