Liederen voor de Gemeentezang - Een nieuwe bundel, nieuwe psalmen

Op 10 december 2001 presenteerde de Zangbundelcommissie (ZBC) van de Unie van Baptisten de nieuwe zangbundel 'Liederen voor de Gemeentezang'. Deze commissie - een eerdere commissie kwam er niet uit - heeft bijna tien jaar gewerkt aan dit liedboek en voldaan aan de opdracht die de gemeenten in Algemene Vergadering aan de commissie verstrekt hadden. Op de Algemene Vergadering van 1986 te Harderwijk besloten de gemeenten met slechts vier stemmen tegen, dat het tijd was voor een nieuwe zangbundel. De nieuwe bundel heeft inmiddels in vele gemeenten z'n intrede gedaan en heeft z'n derde druk al achter de rug.
De auteur van dit artikel heeft bij de presentatie van de bundel te Hoogeveen wat verteld over de totstandkoming van de psalmen in de 16e eeuw en kwam tot de conclusie dat er (alweer) niets nieuws onder de zon is. Op verzoek publiceert hij zijn bevindingen. Ondergetekende is dank verschuldigd aan de Limburgse musicus en hymnoloog dr.Hans van Dijk, wiens artikelen rijkelijk geciteerd worden.

Adam sloeg Eva met een sukerbiete voor de …..

Kent u dit lied? Heeft u wel eens wat ongemakkelijk op uw stoel heen en weer geschoven toen dit lied bij een bruiloft werd aangeheven? Moet je dan wel of niet meezingen…..? De kerkdienst waarin op andere wijze de namen van Adam en Eva aan de orde kwam is maar net achter de rug……
Maar wat te denken als iemand zou voorstellen om op de wijs van dit lied een loflied op de Heer aan te heffen?

Het psalter (psalmboek) van Calvijn.

De melodieën van de psalmen zoals deze voorkomen in Lofzangen & Gebeden, het Liedboek der kerken en andere bundels zijn in een betrekkelijk kort tijdsbestek van ongeveer 50 jaren ontstaan, tussen 1515 en 1565. Bij een lied wordt meestal de componist en de maker van de tekst aangegeven. Bij de psalmen tref je vaak vage aanduidingen aan zoals Genève 1551 of Lyon 1548. In onze bundel Liederen voor de Gemeentezang treffen we bij deze melodieën o.m. twee namen aan, die enige toelichting behoeven: Louis Bourgeois (± 1510-1572) en een zekere Maistre Pierre, die omstreeks 1560 actief was. Jarenlang zijn beide musici doorgegaan voor degenen die de betreffende psalmen op melodie hebben gezet. In de Hervormde bundel van 1938 worden hun namen genoemd als componist. Het ziet er echter naar uit dat Louis Bourgeois maar één psalmmelodie gemaakt had, die van psalm 107 en die melodie werd onder ons blijkens de in 1987 gehouden enquête gezongen door zegge en schrijven 2,27 %. In de praktijk betekende dat dat alleen een voorganger in het (niet uiterste) zuiden van het land deze psalm in huiselijke kring zong. Hij had de enquête in z'n eentje ingevuld… Deze melodie van Louis Bourgeois heeft de nieuwe bundel niet gehaald. Toch hebben we in navolging van de traditie de namen van Bourgeois en Pierre maar weer bij de liederen geschreven om daarmee de verdienste van deze musici te onderstrepen. 

De methode van de 16e eeuwse psalmfabrikanten

Wat is er destijds in en rond Genève gebeurd? Wat wilde Calvijn? Het verhaal is eenvoudig. Calvijn vroeg psalmen in te zamelen in Frankrijk en Zwitserland. Deze psalmen werden verzameld, niet gecomponeerd, want de melodieën bestonden al. Calvijn wenste een simpele eenstemmige melodie waarop de psalmen in berijmde versie konden worden gezet of andersom. Er was een berijmde versie en daar werd een simpele melodie bij gezocht. Dat was in zijn tijd een heel gebruikelijk procédé: men nam een bestaand lied, zette er nieuwe woorden onder en paste de oorspronkelijke melodie zonodig een beetje aan. In de oude zangboekjes (tot in de 18e eeuw toe) staan vaak geen noten maar als aanduiding van de melodie slechts de vermelding: "stem…". Zo werd het lied 'Geluckig is het land' gepubliceerd zonder noten maar met de vermelding: "stem: Op de Engelsche Min" of: 'Noch leef ick in verdriet'. Dat betekent dat kostbare druk van noten niet nodig was want iedere tijdgenoot van Valerius kende het lied van de Engelse kinderverzorgster: 'noch leef ick in verdriet', dat thuishoorde in een tamelijk gewaagde comedie van G.A.Bredero met muziek van een anonieme Haarlemse speelman. Voor het verzamelen van de psalmen werd dezelfde methode toegepast. Franse teksten werden bij volksmelodieën gelegd, de melodie werd zonodig aangepast en voilà, men kon zingen. Omdat de melodieën in de volksmond vaak bekend waren met heel andere teksten leverde dat soms ook problemen op. Daarom liet men de verwijzingen naar die andere teksten soms ook maar weg. Wat te denken van psalm 150 uit de latere zogenaamde souterliedekens die gezongen moest worden op de wijs van 'Die bruyt en wou niet te bedde'? Dat zou zoiets zijn als: wij zingen Psalm 150 op de wijs van 'Adam sloeg Eva met een suikerbiet'.

Melodie verheven, afkomst laag

De eerste bundel psalmen verscheen in 1543 op instigatie van Calvijn. De literator en theoloog Theodore Bèze (of Beza) was verantwoordelijk voor de berijmingen, de musicus Clément Marot voor de keuze van de muziek. Veel melodieën werden als te moeilijk en te onpraktisch en soms als aanstootgevend ervaren. Vandaar dat de musicus Louis Bourgeois de opdracht kreeg om de muziek van Marot ritmisch te vereenvoudigen en tevens moest hij nog meer psalmen toevoegen. Hij ging weer op dezelfde wijze te werk: het overnemen van bestaande melodieën. Bourgeois kreeg ruzie met Calvijn of omgekeerd met als gevolg dat de opdracht nu aan een verder onbekende Maistre (meester) Pierre gegeven werd. Kort na 1560 verscheen de volledige bundel met 150 psalmen. Weer een ander psalmboek zou een tijd later meer in zwang geraken, namelijk de heruitgave van het Geneefse psalter verzorgd door Claude Goudimel. Het is goed te weten, dat de meest verheven melodieën van heel laag komen.

Liederen voor de Gemeentezang lied 1 - 150 (de psalmen)

Wat de Zangbundelcommissie in de achter ons liggende jaren gedaan heeft, lijkt op het werk van Theodor Beza, Louis Bourgeois en Maistre Pierre. Zij zochten naar melodieën die zich zelf al bewezen hadden en wilden die gebruiken om het Woord Gods vleugels te geven. Ze gebruikten de taal en de woordkeus van hun dagen en goten hun woorden in het keurslijf van het metrum van de melodie. Of omgekeerd: ze maakten een gedicht en zochten er een metrisch passende melodie bij. De kerktoonsoorten van de 16e eeuw en dus de keuze van Calvijn en de zijnen was laagdrempelig en volks. De Zangbundelcommissie koos dezelfde weg. Met deze aan de 16e eeuwse psalmfabrikanten ontleende methode is de Zangbundelcommissie met een nieuw, laagdrempelig en toegankelijk psalmboek gekomen. De melodieën kwamen ditmaal niet van de straat of van de kermis, maar veelal uit de Angelsaksische traditie, de Hervormde bundel etc. We hebben voor sobere, maar mooie melodieën gekozen, die zich zelf al bewezen hebben. We hebben eveneens voor een meerstemmige samenzang gekozen. Bovendien staan de akkoorden voor de toetsenisten, de gitaristen, de ukelele- en mandolinespelers en wat dies meer zij, erbij. Elke band kan aan de slag. Ieder koor heeft een vierstemmige zetting. Elke organist en pianist kan spelen. Bent u een superorganist, dan heeft u genoeg aan de melodielijn en kunt u zelf de rest wel bedenken, wilt u de gemeentezang dienen, door deze de kans te geven zich vierstemmig te ontwikkelen, dan laat u het koor oefenen, de gemeente zingen en bewaart u de virtuoze bewerkingen voor de voor-, tussen- en naspelen. Kortom: deze aanpak, deze opzet: een vierstemmige laagdrempelige gemeentezang verdient grote aandacht. Ik ben ervan overtuigd dat deze nieuwe zangbundel, op deze wijze gebruikt, een bouwsteen zal vormen bij de opbouw van de gemeente en ons persoonlijk geloof.

© juichtaarde.nl

Grote God, wij loven U,
Heer, o sterkste aller sterken!
Heel de wereld buigt voor U
en bewondert Uwe werken
Liedboek 444