Column van Tjerk Muller op www.apologetique.org

Deze columnist is recentelijk Hervormd geworden. En met de overgang naar de Nederlands Hervormde Kerk hoort ook de overgang tot het Liedboek. Wie enkele samenkomsten bezoekt, begrijpt direct waarom men in de Gereformeerde Bond - de zogenaamd "strenge richting" van de Kerk - weigert gezangen te zingen.

De liederen uit de kerkgeschiedenis zijn overigens vrijwel zonder uitzondering van een hoog niveau. Er zitten werkelijk juweeltjes bij. Maar dan, vanaf het midden van de 20e eeuw, is het alsof er ineens geëxperimenteerd moet worden met allerlei onbegrijpelijke diepzinnigheden van twijfelachtig theologisch allooi.

Neem nu Lied 256:1, over de Drieëenheid "Niet enkel door het water kwam het woord. Al was het schip geladen tot aan het hoogste boord. Niet enkel door het water ook door bloed, treedt in de Zoon de Vader zijn schepping tegemoet". Waar gaat dit over? Na enige associatie begint het te dagen dat dit wel iets met de bijbeltekst "drie zijn er die getuigen op aarde, het water, het bloed en de Geest" te maken zal hebben. Maar welke kerkganger die op zondag tijdig bed, huis en haard heeft achtergelaten om God te vereren, vat dit? En wat heeft een volgeladen schip met die verering te maken? Snapt u het, snap ik het. Zo is er meer nu eens wordt de Opstanding in het midden gelaten, dan weer wordt humaniteit als het summum van menszijn bezongen. Het blijft alles in het midden, om vooral maar niemand via de kerkzang dogma's te doen slikken.

De ongekroonde koning van de vaagheid, en daarom zeer populair bij liturgici die van ellende ook niet meer weten wat ze nu weer moeten verzinnen, is ongetwijfeld Huub Oosterhuis. Aan kille poëzie geen gebrek bij deze priester-dichter. Geloof wordt in zijn gedichten verneveld tot spiritualiteit om des spiritualiteits wille. "Stem die de stilte niet breekt, woord als een knecht in de wereld, naam zonder klank zonder macht, vreemdeling zonder geslacht" (Gz. 325:3). Ik zou er aan toe willen voegen 'kerkzang zonder houvast'. Eenieder kan erin lezen wat hij wil. Meerduidigheid wordt in de frase 'vreemdeling zonder geslacht' zelfs tot dubbelzinnigheid.

Oosterhuis rijmelt, stamelt en dicht dat het een lieve lust is, tot orgastisch genoegen van theologen zonder theologie, die zich al kronkelend van literair genot voorbereiden op weer een nieuwe kerkdienst die zij en zij alleen begrijpen. Elitisme komt ook in de Kerk voor. En je dan maar afvragen waarom er niemand naar de Kerk komt. Mijn advies voor de mislukte liturg gewoon blijven afgeven op de EO-jongerendag waar 35.000 jongeren Opwekkingsstampers luid staan mee te brullen. Dat is uiteraard allemaal maar oppervlakkig fundamentalisme. Alsof er in het liedboek geen kerkelijke krakers of liturgische hits zijn opgenomen, al dan niet vanwege hun zielsverheffende inhoud.

Lied 463:3 "O vrede van Tiberias, o heuvels in het rond. Waar Jezus in het zachte gras de mensen liefhad en genas, en in hun midden stond." Eenmaal heb ik het genoegen gehad ds. A.F. Troost te mogen horen klagen over de oppervlakkigheid van Opwekkingsliederen, met de niets aan de verbeelding overlatende scheldnaam 'Evangeli-kaal'. Wel, dit komt er toch verdacht dicht bij in de buurt. Wat dacht de vertaler toen hij deze engelse hymne toegankelijk maakte naar het Nederlands? We zullen dit lied eens even echt toegankelijk maken?
O, het lijdt geen twijfel dat in menige kerk de bejaarden dit lied met kinderlijk plezier uit hun schorre kelen kwelen. Maar wat de vrede van Tiberias eigenlijk inhoudt, waarom de heuvels worden bezongen en waarom dit gras zacht is, zal hun grijze cortexen waarschijnlijk evenzogoed als de mijne ontgaan. Maar het klinkt leuk, en daar gaat het om.

En wie dacht dat in de Opwekkingsbundel mantrische herhaling gemeengoed was, zal verbaasd zijn dat ook het Liedboek haar portie Hallelujah's kent. Altijd goed voor opvulling, als men even geen inspiratie heeft om de notenbalk tekst te schenken. Een gloriaatje hier, een amen daar. Maar dat zullen we het liedboek maar vergeven. Tenslotte hebben ze die techniek van de Psalmen overgenomen.

Wanneer staat er een generatie dichters, liturgen en muziekzetters op die geen last heeft van het post-Verlichtingssyndroom, die de klassieke theologische themata doet bezingen zonder schroom en zonder dwang, in teksten die voldoende poëtisch open zijn om het persoonlijke leven erin kwijt te kunnen, en eveneens helder genoeg om de kerkelijke identiteit in Christus te laten klinken? Tot die tijd toch maar een Opwekkingsliedje?

© Tjerk W. Muller, Groenekan, 18 augustus 2001

© juichtaarde.nl

Al wat ademt, looft de HERE!
psalm 150, berijming GKv